URL has been copied successfully!

De wereld van Frans Kindermans (deel 2)

URL has been copied successfully!

2 Een nieuwe baas (deel I.2 een kans in vermomming)

Fras Kindermans deel 2

Hebt ge het eerste deel gemist? Hier kunt ge het vinden

Sonja stapte de vergaderzaal binnen, gewapend met een laptop en een stapel papier. Het geroezemoes stierf weg en iedereen keek haar aan.  Ze was net iets te netjes afgewerkt om in deze bonte groep te passen.  Haar kleren te proper, haar glimlach te gepolijst en haar tanden te wit.  Iedereen keek haar aan als was ze God zelf die zich verwaardigd had hen een bezoekje te brengen, zij het dan voorzien van powerpoint en hand-outs.  Ze deed alsof ze er niets van merkte, maar gaf zich inwendig een schouderklopke. ‘Goed gedaan meid, ge hebt hun aandacht’ dacht ze bij zichzelf.

Frans keek hoe ze naar voren liep, haar laptop aansloot op de beamer en even wachtte tot hij begon te werken.  Dat was een handeling die bij de meeste van hen een zee van tijd en een berg van vloeken kostte.  Maar zie, in minder dan een minuut werkte de beamer en stond er een nette slide geprojecteerd met daarop in grote letters ‘Sonja Dehaes’  Dienstmanager. Aan de zijkant ervan stond een foto van haar, alsof elke mogelijkheid dat iemand haar met een ander zou verwarren, moest worden uitgesloten.

Ze keek niet op of om, en begon de stapel papieren in twee pakken te verdelen, gaf er eentje linksom en de andere rechtsom door.  De bedoeling was duidelijk genoeg om door niemand ter discussie gesteld te worden.  Iedereen nam er een netjes aan elkaar geniet stapeltje af en gaf de rest door aan zijn of haar buur.  Nu keek ze op, keek de zaal rond en wachtte geduldig glimlachend tot elk pakje hand-outs zijn hand gevonden had.  Toen de twee stapels elkaar ontmoetten, bij Frans, die midden voor haar zat, knikte ze.  Ze liep tussen de tafels door om de overgebleven papieren op te halen.

‘Dankuwel Frans’ zei ze, en meteen wist iedereen dat ze Frans al kende.  Frans voelde er zich wat onwennig bij, alsof hij zonder het te vragen tot medeplichtige was aangesteld.  Sonja stapte terug naar voren en ging voor de groep staan.  Ze straalde een zelfzekerheid uit die men in deze kantoren niet gewend was en die daar bijgevolg meteen verdacht leek.  Het werd muisstil in de vergaderzaal en dat mocht werkelijk uniek genoemd worden.

“Goed, dames en heren” begon ze met de overtuiging van een dorpspastoor die zijn preek al dagenlang had ingeoefend, “Mijn naam is Sonja Dehaes, mevrouw Dehaes, ik word jullie nieuwe dienstmanager de komende tijd”. Haar stem klonk vriendelijk genoeg, maar de nadruk op ‘mevrouw’ en de vage aanduiding van ‘de komende tijd’ legden een kleine koude deken over de groep heen. Zij merkte het misschien niet, maar Frans voelde het direct, in zijn eigen maag en in de houding van de mensen om hen heen. Mensen die hij al jaren kende. Hij kon ze even makkelijk lezen als een dienstnota, al was dat op zichzelf natuurlijk geen compliment.

“Op vragen over Stefan kan ik tot mijn spijt niet ingaan, dat is momenteel een zaak voor het comité personeelszaken. Jullie begrijpen zeker dat ik daar geen uitspraken over kan en mag doen’. De onrust nam toe, dat merkte Sonja wel. Billen begonnen over stoelen te schuifelen en vraagtekens vormden zich op gezichten. Tevreden keek ze rond, ze had een perfecte aanleiding voor haar aanwezigheid gegeven zonder iemand de kans te geven die aanleiding op een fatsoenlijke manier in twijfel te trekken.

“De bedoeling om mij naar hier te sturen is duidelijk” ging ze verder, de onrust nog wat verder opdrijvend, “al jaren worden er ginder” ze wees met haar hoofd naar het stadhuis vijfhonderd meter verder, “vragen gesteld over de efficiëntie en de kwaliteit van de dienstverlening in deze blok”. Dat dreef de onrust ten top, stelde ze tevreden vast. Ze zag vingers omhooggaan als schoolkinderen die een toiletbezoek wilden vragen, maar ze negeerde ze. Niet uit onbeleefdheid, maar vanuit strategisch perspectief.

“Nog even wachten met vragen stellen” zei ze, vriendelijk maar gedecideerd, “ik weet natuurlijk dat dit niet jullie fout is. Maar we kunnen niet ontkennen dat er wel degelijk enkele problemen zijn die dringend opgelost moeten worden.” Dat liet ze even in de lucht hangen, draaide zich om en ging achter haar laptop staan.

Frans zag dat zowat iedereen om zich heen vol onbegrip naar elkaar staarde. Problemen? Natuurlijk, overal zijn problemen en alles kan beter, vooral wanneer iemand van buitenaf dat met een laptop kwam uitleggen. Maar zei ze nu dat ze hun werk niet goed deden? Kaat, zijn adjunct die naast hem zat, stampte tegen zijn been. Hij keek haar aan en zag dezelfde verwarring die hij voelde weerspiegeld in haar gezicht. Dat was geen geruststelling, maar wel een bevestiging dat hij alles correct begrepen had.

Sonja verstond de kunst van het manipuleren heel goed.  Nu ze de onrust voldoende opgepookt had, wist ze dat niemand nog veel aandacht zou hebben voor wat volgde, dat was het ideale moment om zaken door te geven waarvan een mens liever niet heeft dat er al te aandachtig naar geluisterd wordt.

Ze klikte op de laptop en toonde de volgende slide. “Goed, dames en heren, wat gaan we de komende dagen en weken doen…”  Nu ze wist dat de aandacht van de groep elders ronddwaalde, wandelde ze met de routine van een marathonloper doorheen een hele reeks beleidsmaatregelen, regels en veranderingen die ze de komende weken wilde doorvoeren.  Het nam een twintigtal minuten in beslag. Dat was lang genoeg om als grondig te gelden en bovendien kort genoeg om niemand wakker te maken “Goed”, eindigde ze haar betoog, “ik bezorg jullie allemaal een kort verslag van wat we besproken hebben, dat komt per e-mail.  Zijn er nu direct nog vragen?”

Een groep verbouwereerd kijkende mensen staarde naar elkaar en een voor een gingen er vingers naar boven. “Vragen over wat we net besproken hebben, andere vragen hebben hier geen plaats” zei Sonja tegen de vingers, die zich een voor een terugtrokken zoals ze verwacht had.  “Goed, zover zijn we dan. Ik wens jullie een prettige werkdag toe en verwacht de hoofden alle vier op mijn kantoor om één uur”.  Met die woorden schakelde ze haar laptop uit en verdween zoals ze gekomen was, vriendelijk glimlachend, net iets te proper voor deze vergaderzaal.

Frans was een man die al oud genoeg was om geleerd te hebben dat ge kunt vloeken en tieren op de wereld zoveel ge wilt, die wereld is er zelden van onder de indruk.  Hij had niet zozeer een gelatenheid als wel een aanvaarding, een attitude die doorheen de jaren was gegroeid zoals vocht in een keldermuur.  Wat komt, komt, zei hij. Ge moest de dingen nemen zoals ze kwamen en er het beste van maken.  Dat was, op zijn minst, een werkbare strategie.  Toen hij de vraag kreeg om een half uurtje vroeger bij Sonja binnen te stappen, raakte hij dan ook niet in paniek.  Hij haalde de schouders op, accepteerde dat zijn middagpauze gehalveerd werd en stapte om halféén naar Sonja’s bureel toe.

Hij twijfelde even of hij zou kloppen. Bij Stefan vroeger was hij steeds gewoon binnengestapt, zoals ge binnenstapt bij iemand van wie ge weet hoe hij zijn koffie drinkt, zwart met een klontje. Maar de formele aanpak van ‘mevrouw Dehaes’ was iets wat hem aanzette om toch maar even een beleefd klopje op de deur te geven, twee tikken, niet te luid, maar voldoende om beschaafd te klinken en de aandacht te trekken.  Pas toen hij ‘binnen’ hoorde, opende hij de deur en stapte binnen.

‘Mevrouw Dehaes’ zei hij begroetend, onwennig en met een zekere reserve waar hij zelf niet goed raad mee wist.

‘Ha, Frans’ begroette ze hem met een verdachte vriendelijkheid, net iets te gladgestreken om geruststellend te zijn, ‘kom binnen, het is overigens Sonja.  Kom binnen, ga zitten’ ze wees op het kleine salonnetje in haar bureel, waar Frans en Stefan jarenlang vriendschappelijke gesprekken gevoerd hadden, samen met de collega’s.  Er was koers besproken, voetbal, wereldnieuws en het wel en wee van kinderen en partners.  Hij schudde het onbehagen van zich af en ging zitten, rechts in de sofa waar hij altijd gezeten had.

‘Goed Frans’ begon Sonja nadat ze in de zetel tegenover hem was gaan zitten, ‘ik heb je wat eerder laten komen, ik hoop dat je het niet erg vindt, om een stuk van je lunch op te geven’. Ze keek hem aan, nog steeds vriendelijk.  Frans ontspande even, en zag dan ongewild een parade van mogelijk onheil door zijn geest zwerven.  Hij duwde ze weg en antwoordde met gelijke toon dat hij het niet erg vond.

‘Goed dan’, ging Sonja verder, ‘ik begrijp dat er heel wat commotie ontstaan is bij het onverwachte vertrek van Stefan en mijn verschijnen.  Jij bent hier het langst, je hebt de hoogste graad en ik heb jou nodig om dit tot een goed einde te brengen’.  Het was teveel informatie in een keer, en bovendien het soort informatie dat zich niet netjes in bestaande categorieën liet klasseren.  Hij wist niet goed wat hij ermee moest aanvangen.  Alles klonk eerlijk, aangenaam en was volslagen onverwacht.  Sonja zag dat hij er geen blijf mee wist.  Ze boog zich voorover, als om een geheim te delen dat zelfs de muren niet mochten horen en ging verder, bijna fluisterend.

‘Frans, wat ik nu ga zeggen moet je voor jezelf houden, kan ik daarop vertrouwen?’ Frans knikte, en hij meende het.  Hij had zo vele vertrouwelijke boodschappen gekregen en behoed voor het roddelcircuit, dat dit er ook wel bij zou kunnen.

‘Stefan, zo hebben we gisteren ontdekt, heeft een behoorlijk grote fraude gepleegd.  Hij zal niet meer terugkomen. Hij mag dan al een ambtenaar zijn, statutair benoemd, maar dit is een misdrijf en dat zal gevolgen hebben’  Ze keek hem strak aan.

‘Fraude?..  Stefan?…  Ik… wat…’ stamelde Frans, nu ondanks zichzelf volledig het noorden kwijt.

‘Fraude’ bevestigde Sonja, ‘en voor een behoorlijk bedrag, genoeg om een huis of twee van te kopen, het gaat niet over post-it’s of pennen’  Ze liet het even inzinken.  Ze zag dat Frans wat tijd nodig had om dit in zijn hoofd een plaats te geven. Ze zag ook dat er weinig vacante ruimte beschikbaar was.  Even later ging ze verder.

‘Luister Frans, ik had een leuke job als een van de adjunct stadsmanagers.  Ik sta op het lijstje om hem binnen enkele jaren te vervangen.  Dit is voor mij een tegenslag, of een kans.  Het is maar hoe je ernaar kijkt’  Frans zijn blik moest duidelijk gemaakt hebben dat hij haar niet begreep. Ze keek even naar het plafond en bedacht hoe ze het duidelijker kon maken.

‘Als adjunct kon ik punten scoren en zat ik vlak bij de jury, om het zo maar te zeggen.  Dit’ ze wees met twee handen om zich heen, ‘dit is Siberië, het einde van de wereld.  Ik word hier op een zijspoor gezet, maar, als we het goed aanpakken, kunnen we zelfs van hieruit de ladder verder beklimmen.  Begrijp je?’

Frans begreep het half en half.  Hij was geen ladderklimmer en onbekend met methodes en strategieën om dat te doen. Sonja was duidelijk iemand die voor een carrière ging en deze zaken wel beheerste.  Iemand had haar weggeduwd naar deze buitenpost.  En alleen als ze hier heel zichtbaar werd zou ze nog een kans maken.  Zo had hij het begrepen.

‘Dus’ vervolgde ze, ‘ik heb jou nodig.  Ik wil van jou mijn adjunct maken hier.  Dat is meer loon en een opstap naar mijn functie als ik hier binnen een jaar of twee vertrek om stadsmanager te worden’.  Hij hoorde het haar zeggen, keek haar aan en geloofde dat ze het absoluut meende.

‘Dat….  Dat is een mooie promotie’ zei hij, ‘maar waarom ik?  Ik heb nog drie collega’s die jonger zijn en meer ambitie hebben’

‘Net daarom’ antwoordde Sonja, hard nu, ‘Ik wil geen concurrenten of mensen die met hun eigen toekomst bezig zijn.  Jij bent oud genoeg om geen grote ambities meer te hebben.  Je kent deze dienst van binnen en van buiten.  Jij zult niet diegene zijn die mij een mes in de rug zal steken’.  Zelfs al had Frans die bedoeling gehad, de harde kilte in haar stem ontnam hem zelfs maar de gedachte in die richting.  Dit was een door de wol geverfde carrièresoldaat, een krijger in een mantelpak die de loopgraven grondig kende en er blijkbaar ook graag in stond. Iemand die zich door niets of niemand zou laten stoppen.

‘Laten we dan eerlijk zijn met elkaar’ antwoordde hij met een moed die ergens in een hoekje had liggen wachten en nu, tot zijn eigen verbazing, naar voren kwam. ‘Ik word jouw adjunct, ik leer van jou zoveel ik kan en wanneer jij vertrekt steun jij mij om jouw positie in te nemen.  Dat is meer dan ik ooit gehoopt had, dus ik ben daar tevreden mee. Maar hoe vertellen we dat aan de rest?’

Sonja glimlachte terug, duidelijk tevreden dat ze gekregen had wat ze wilde. ‘Laat dat maar aan mij over’, zei ze.  Ze keek op de klok aan de muur en zei ‘Ze zullen er wel ongeveer zijn, het is een uur’  En alsof het zo gepland was, klonk er een klop op de deur.

Het vervolg kunt ge binnen enkele dagen verwachten (via substack krijgt het gratis in uw mailbox, dat kost u niet meer dan de moeite om even een gratis abonnement te nemen)

Dit verhaal zal niet als gratis download beschikbaar zijn in het winkeltje

Ge kunt het wel volgen via Substack

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info