
Er loopt hier een kat rond, zo een onooglijk bruin rossig uitgezakt oud beest, dat ’s ochtends wel eens tegen mijn benen komt schurken. Dat kunt ge natuurlijk niet negeren, zo’n vraag voor wat aandacht en warmte. Sinds enige tijd smokkel ik dus wat voer van de katten thuis mee wanneer ik naar het werk vertrek. Aangezien ik meestal als eerste toekom, begrijpt ge wel dat ik al snel een van de favoriete schurkpalen van het beest geworden ben.
Dat is ook mijn eega opgevallen. Het beest ruift namelijk als een loofboom in oktober, en hoe goed ik ook probeer haren en andere viezigheid van mijn broek te kuisen, het scherpe oog van mijn betere helft mist niets. En natuurlijk, ze had direct door dat ik vreemdging. Ge begrijpt dat dit een van die zaken is die de huiselijke harmonie een stevige knauw kan geven.
Maar ze was niet de enige die het doorhad. Ook de twee poezen die thuis rondlopen hadden er lucht van gekregen. Ze lopen argwanend om me heen als ik binnenkom, cirkelen even om mijn benen heen en blazen alsof ik een verbond met hun aartsvijand heb gesloten. En zodoende kan ik niet anders dan berouwvol erkennen dat ik ook een ander had. Ge begrijpt dat dit soort toegevingen een mens zwaar vallen. Ze zijn wel eerlijk maar maken het leven er zelden makkelijker op.
Mijn kinderen daarentegen hebben meer begrip voor mijn ontrouw. Zij vinden het schattig en proberen me ervan te overtuigen een Instagramaccount voor het beestje op te zetten. Crowdfunding voor voer en kattenbakzand en leuke foto’s met allerlei filters eroverheen om het wat op te leuken, dat zo vertellen ze me, is het minste wat ik kan doen. Kinderen zijn aandoenlijke wezens, zolang ze maar niet beginnen met het opzetten van businessmodellen.
Ja, een mens kan wat in gang zetten, door buitenechtelijk met een ruivende kat aan te gaan. Ik had het vervallen beest beter een shot onder haar gat gegeven, maar ja, een mens ziet zichzelf nu eenmaal niet graag als gevoelloze bruut. Gans de nacht heb ik ervan wakkergelegen over hoe ik mijn nieuwe spinnende liefde kon integreren in het familiale netwerk. Het was een bouwvallig roestig beest, dus die enkele jaren die het nog resten, kan een mens toch wel dragen, zo bedacht ik. En de huiskatten, daar moest ik ook maar eens een flink botje mee gaan knagen en hun duidelijk maken dat medekattelijkheid hun wel zou staan.
Dus deze ochtend dacht ik mezelf uit te sloven. Ik ben stil opgestaan, heb de poezen in huis een dubbele portie vlees gegeven en ben met een extra bakje vlees naar het werk vertrokken. Maar zie, ik kwam toe en de oude poes had haar kat gestuurd. Ze was in geen velden of wegen te bekennen. Dan staat een mens daar wat sullig te staan met een bakje kattenvoer zonder kat. Ge kunt het ook niet zelf opeten. Het riekt dan wel niet slecht, maar mijn vacht glanst al genoeg en een natte neus staat niet bovenaan op mijn verlanglijstje.
Uiteindelijk besloot ik het bakje dan maar ergens onder enkele struiken te verbergen. Er zijn zoveel loslopende katten hier dat er wel eentje de moed zal hebben wat dichter bij te komen om het leeg te eten. Er lopen immers meer dakloze katten rond zonder een been om tegen te wrijven dan een mens beseft.
Met een goed gevoel over mezelf, ik had immers minstens een hongerig beest wat eten bezorgd, ging ik aan de slag. Toen ik tegen de avond, werken moogt ge niet overdrijven, ge moet er tijdig mee stoppen, naar huis ging, viel me iets op. Een donkere vlek in de struiken. Wat weggedrukte bladeren. Aangezien ik nieuwsgieriger ben dan een kat, kon ik het niet nalaten even te gaan kijken wat het was. En daar lag ze, mijn miauwende vriendin, zo dood als een pier. Uitgeteerd en uitgeleefd, vertrokken naar, hoop ik voor haar, betere oorden. Wie weet schurkt ze nu tegen Sint-Pieter zijn benen aan en heeft hij nog ergens een bakske vlees voor het beestje op reserve.
Weekteksten kunt ge zoals steeds gratis downloaden in het winkeltje