
Het moet gezegd worden, we hebben een supergoed koffieapparaat in de keuken staan op kantoor. Dat keukentje, nauwelijks die naam waardig, ligt op twintig stappen en een trap van mijn bureel. Elke ochtend, als een ingebeitelde routine, stapt heel de meute binnen de vijf minuten na het intikken naar de keuken toe om een bak koffie te halen. Die koffie is even belangrijk als de badge die we moeten bijhebben. Zonder koffie telt ge niet mee bij ons.
Nu is er een historie aan die koffiemachine verbonden. Tot een jaar of vier geleden hadden we een doorloopapparaat. Daarmee zette de alom geliefde kuisdame elke ochtend thermos na thermos koffie. 1,7 liter per kan, exact afgemeten. Geheid dat er voor tien uur een kan of acht, negen leeg was. Die koffie was prima. Niemand klaagde erover en iedereen goot er zich vol mee zonder dat er roestvlekken of darmproblemen zichtbaar werden. Meer moet koffie op kantoor dan ook niet zijn.
Maar zoals met tal van zaken die tot iedereens tevredenheid verlopen, werd ook deze ‘oude’ koffiezetmethode op een bepaald moment het mikpunt van iemands profileringsdrang. Ik weet niet wie die iemand is, noch of het een gevolg was van een gehaaide verkoper die een onbehagen bij dat oude systeem had opgewekt, feit is dat er op een dag een monstruositeit van apparaat stond. Zo een halve auto groot, waar men zelf een extra werkblad voor op de kast had moeten vijzen om het te kunnen neerzetten. En wanneer een koffiemachine bouwkundige aanpassingen vergt, dan heeft de beschaving volgens mij ergens een verkeerde afslag genomen.
Het is waar, ge had keuze te over in dat stuk gedomesticeerde industrie, maar alles werd opgegoten met poederkes en heet water. Goed voor wie in de chemie werkt en toch al de ganse dag de smaak van kunstmest in zijn mond heeft. Maar bij ons leidde het tot een kleine revolutie. We kregen, wat later op de dag, wanneer ook de overzichthoudende machten aanwezig waren, een berichtje dat dit een ‘test’ was. Als we de koffie goed vonden, bleef de machine, anders gingen we een andere proberen. Zo lieten ze ons nog even trappelen in de illusie dat er zoiets als inspraak bestaat.
Maar ja, ge kent dat soort boodschappen wel. Ge weet dat het al beslist is, maar dat ze u toch nog even het gevoel willen geven dat ge iets te zeggen hebt. Tja, er is nog net geen staking van gekomen. We zijn hier allemaal verstandige mensen. En verstandige mensen zoeken oplossingen, geen oplosbare poederkes. Ge had elk bureau kunnen afgaan, plots hing er overal de geur van koffie. De een had een Senseo, de ander een Dolce Gusto, hier stond een percolator vrolijk te pruttelen, ginder deed een Nespresso zijn werk. Dat was niet echt een stem voor de machine, die enkel zo nu en dan een warme chocomel mocht produceren en zelfs daarbij werd zij met de gepaste argwaan bekeken.
Voor ons was het leuk. Als ge uwen dag wat netjes inplande, kondt ge makkelijk vier, vijf verschillende koffies op een dag gaan proeven. Er zijn zelfs liefdesrelaties ontstaan tussen diverse amateurbarista’s. En wat denkt ge? Na een dikke maand kwam het bericht dat iedereen tevreden was van de machine en dat ze zou blijven. Dat was de druppel die de thermos deed overlopen. Maar er hielp geen lievemoederen aan, de machine zou blijven.
Soms heeft een mens ook wel eens ongevraagd geluk. Enkele dagen later heeft de machine, bij mijn weten zonder hulp van buitenaf, spontaan de geest gegeven. Misschien voelde ze haar nutteloosheid zelf goed aan, of misschien hebben de boze blikken en afkeurende opmerkingen hun werk gedaan. De machine was alvast zo dood als een pier, en geen technieker die er iets aan kon veranderen. Er zijn dus momenten waarop zelfs apparaten beseffen dat hun bestaan geen zinvolle bijdrage meer levert. En blijkbaar hebben ze dan het fatsoen stilletjes te sterven. Opgeruimd stond hier echt wel netjes.
Toen zagen we onze kans schoon. Petities, smeekbedes, open brieven en strakke gesprekken zijn eraan te pas gekomen, maar het is gelukt. De leverancier had ook gemengde machines. Van die apparaten die ook poederkes hebben voor melk, suiker, chocolade en, nu komt het, een echte koffiemachine, waar verse bonen in komen, die ter plekke gemalen worden en vervolgens netjes gestoomde koffie in uw mok afleveren. Dat ding staat hier nog steeds veel te groot te wezen voor het belachelijk kleine keukentje, maar serveert ons dag na dag heerlijke verse koffie.
Tenminste, dat deed het tot in de week. Toen brak er een klein paniekske uit. De koffiebonen waren op. Ik ben een vroege beginner, een ochtendmens. Dus ik had de meeval dat ik enkele koppen binnen had, toen de dagelijkse toeloop startte. Toen ik rond een uur of negen voor mijn derde of vierde kop de trap opliep, zag ik wezenloos voor zich uit starende mensen, met lege mokken in de hand, stil met elkaar staan keuvelen. Zou er iets gebeurd zijn? Iemand een ongeval gehad? Ge kunt dat nooit weten, nietwaar. Ik schoof stilletjes naast de treurende massa door, mok in de hand en zag het probleem. De koffiebonen waren op.
Het leek alsof ge naakt door de gangen moest lopen, zo zonder koffie. Gesprekken, de bron van roddels en halve informatie, waren gestokt. Iemand stelde voor snel naar de winkel te rijden. Een ander vroeg waarom die klungels van aankoop hun werk niet hadden gedaan. Dat ging natuurlijk te ver, die ‘klungels van aankoop’, dat ging over mij en mijn mensen, dat kan een mens niet over zijn kant laten gaan, zeker niet om negen uur in de ochtend zonder een dampende koffie in de hand. De koffie zit, om het u even te duiden, immers niet in ons takenpakket, maar wordt door de keuken beheerd. En de keuken valt onder een externe partner. De schuld had dus een andere voordeur, en het was aan mij de massa de juiste weg te wijzen.
Dus voordat de pek en de veren bovengehaald werden, stuurde ik de op een lynchpartij uit zijnde massa naar de centrale keuken, in een ander gebouw een paar honderd meter verder op de campus. Nu de morrende massa een doel had, kwam hij langzaam in beweging, weg van mij, richting uitgang en vervolgens op weg naar de keuken. Ik wachtte even om te zien of ze echt uit het zicht waren en ging dan snel terug naar mijn kantoor. Daar had ik nog een pakje koffiebonen staan van de duistere jaren van de poederkoffie. Ik had destijds een koffiezet, een koffiemolen en wat bonen in de kast staan. Er stond nog een onaangeroerd pak koffiebonen, als een soort noodreserve. Een vergeten plan B, onaangeroerd tot dat moment, wanneer de beschaving dreigde in te storten.
En ja, toen de woeste bende terugkwam naar de keuken, was de bak bonen voorlopig aangevuld, ik stond hen op te wachten, een dampende mok in de handen. Ge kunt u voorstellen dat ‘die klungels van aankoop’ plots een heldenstatus verworven hadden. Een metamorfose van zwart schaap naar witte raaf. Het paniekske was opgelost, de roddels vloeiden weer rijkelijk en de orde der dingen was hersteld.
Weekteksten kunt ge zoals steeds gratis downloaden in het winkeltje