
Ge beseft niet goed wat dat met een mens doet, zo’n home invasion. Tenminste niet tot ge het zelf hebt meegemaakt en u vol afgrijzen afvraagt of ge ooit nog dezelfde mens zult zijn. Ik kan u met enig voorzichtig optimisme melden dat ik het waarschijnlijk zal overleven. Wij hebben gisteren namelijk een overval meegemaakt. Van een bende bikers.
Ja, een mens maakt wat mee. Ge moet weten, we zijn een jaar of wat geleden verhuisd. Netjes naar een rustige landelijke buurt waar mensen nog met elkaar praten als ge ze tegenkomt aan de haag. Ge kent uw buren, ge voelt u veilig, en toch. Op een zaterdagvoormiddag, op klaarlichte dag, stormt dan zo’n bende binnen.
Voor ge het weet zitten ze in uw salon, liggen de voeten op tafel, is uw voorraadkast geplunderd en weet ge op het eerste gezicht al dat ge die ochtend voor niks gekuist hebt. Ge gaat een hoop spullen moeten vervangen en de rest aan een grondige ontsmetting onderwerpen. Zelfs sommige meubels kijken u na zo een ervaring toch anders aan.
De leidster van de bende, wat het waren allemaal meiden, is onze bloedeigen jongste dochter. Zij en haar gevolg van Hells Bengels, allemaal ergens om en bij de negen jaar, maken de buurt onveilig op hun steps. Ze vallen ouderlijke huizen binnen en trappen rotzooi naar hartenlust. Van slijm maken tot luide braspartijen bij een spelletje Nintendo Switch. Niets is nog heilig of veilig, de planten niet, de katten niet, zelfs wij niet.
‘t Is bovendien geen zicht, zo’n hele reeks stalen steps voor uw deur. Alsof er een motorclub voor kleuters vergaderd heeft terwijl de chroom nog twijfelt over zijn toekomst Ge zijt blij als ze vertrekken. Een voor een helm op, kniebeschermers aan en hup, daar gaat de bende.
Mijn andere kinderen openen dan voorzichtig hun deuren, kijken benauwd de gang in en lopen snel naar de frigo om wat te drinken te halen. Ze hadden zich de moeite kunnen besparen. De frigo is leeg en de muizen liggen dood van de honger in de koekenkast. Mijn vrouw loopt hijgend en hysterisch rond met dweil, emmer, vuilblik en bezem, als een opruimploeg na straatrellen.
Wat doet ge dan als vader? Wat kunt ge doen? Ge zijt volstrekt hulpeloos tegen al dat geweld. Het enige zinnige dat ge dan kunt doen, is een boek pakken, een stoel of zetel zoeken die de geest nog niet gegeven heeft, u van alles afsluiten en rustig de waanzin van een ander gaan verteren. Ook dat is een vorm van zelfdiscipline.
Dat kunt ge volhouden tot uw jongste enthousiast weer binnenstapt en roept ‘Papa, dat was zooo Leuuuk’. En dan loopt ge krijsend het huis uit.