
In deze tijden van snelle veranderingen kunnen er al eens conflicten ontstaan. Waar ge vroeger naar den bureau van uwe collega stapte, een koffie dronk en de situatie meestal uitklaarde voor de koffie koud was, worden deze akkefietjes tegenwoordig anders uitgevochten. We doen het per mail, omdat we alles gedocumenteerd willen hebben, en met woorden en de betekenisvarianten erachter. Bovendien kunt ge venijn beter uitgieten als het van een degelijke interpunctie voorzien is. Da’s een vriendelijke manier om ‘steken onder water’ en ‘slagen onder de gordel’ te verpakken. Die komen immers harder aan als ze uitgedeeld worden als ‘ter verduidelijking’ of ‘zoals eerder besproken’.
Zo kwam ik bij toeval terecht in een kettingmail van een twintigtal berichten. Dat gebeurt soms. Ge doet rustig wat ge moet doen, en plots wordt ge opgeschept door zo’n ellenlange tirade, waar ge een half uur leestijd voor nodig hebt voor ge begrijpt wat er gebeurt. Het begon allemaal met een beleefd berichtje dat de geadresseerde er vriendelijk, beleefd en zonder enige taalfout op wees dat hij een bepaalde actie niet gedaan had, hetgeen tot een boel breed uitgespreide problemen en zorgen voor de ander leidde. Het was een soort verdoken woede met correcte zinsbouw.
Daarop was er een antwoord, even beleefd en strak verwoord, dat aangaf dat die actie niet uitgevoerd had kunnen worden omdat de oorspronkelijke schrijver nagelaten had bepaalde feedback te geven die nodig was om die actie uit te voeren. Dat is namelijk de hoeksteen van kantoorvrede. We kunnen niets doen zonder feedback. Dus zijn we gerechtvaardigd in het wachten op input vooraleer we output kunnen genereren. En wanneer de output niet naar wens is, kunnen we wijzen naar de falende input. Feedback dus!
Daarop was een antwoord, met een paar extra mensen in cc, een teken dat het gesprek volwassen vormen begon aan te nemen. Daarin werd fijntjes aangegeven dat deze feedback wel degelijk gegeven was in een meeting, met het meetingverslag als referentiedocument. Waarop prompt een nette e-mail volgde die duidelijk maakte dat dit slechts een voorlopige indicatie geweest was en dat de definitieve bevestiging per mail zou volgen, met natuurlijk de betreffende mail als referentiedocument bijgevoegd en een paar extra mensen in cc. Zo groeit immers een conflict, niet zozeer door inhoud maar wel door verspreiding.
En zo ging het verder, mail na mail, met steeds meer volk in cc. Ik hoef het u niet uit te leggen, ge kent dat ongetwijfeld zelf ook. Dat soort vetes zijn pas echt volgroeid wanneer er ook mensen die er niets mee te maken hebben hun middagpauze aan verliezen. Maar wat me vooral opviel, was de nette, heldere, neutrale taal. Alles was verzorgd, alles was constructief. Maar wanneer ge de woorden wat dieper las, voelde ge de spanning eronder borrelen als magma onder een vulkaan. Aangezien ik in gans die discussie volslagen nutteloos was, besloot ik beide antagonisten een bezoekje te brengen. Hun koele, nuchtere mails pasten gewoon niet bij de personen die ik kende.
Mijn eerste bezoekje was aan Kaat, de aangeduide schuldige in de oorspronkelijke mail. Ze zat rustig op haar stoel toen ik binnenkwam, wat verontrustend is voor iemand die op uiterst beleefde manier een ander in twintig mails een strop rond de hals probeerde te hangen. Ik vroeg wat er aan de hand was. Ik zwaaide met de uitgeprinte mail, een stevige handvol papier, ze wist dus direct waar het over ging. Ze keek naar de stapel papier en antwoordde zonder de minste behoefte aan diplomatie:
“Die kloefkapper wil dat ik zijn cijfers doordraai en er een volledige planning van maak. Maar hij vergeet me godverdomme zijn basisgegevens te bevestigen zoals hij beloofd had. Dat hij maar niet denkt dat ik ook maar een vin verroer voordat hij dat doet.” Dat was even schrikken, dat stond haaks op de vriendelijke fluwelen toon van de e-mails.
“Oei”, antwoordde ik, “en hebt ge hem al eens gebeld om te vragen dat te doen?”
“Bellen?” antwoordde ze geagiteerd, “hij kan de boom in, de klootzak. Ik wil het op mail hebben, anders heeft hij nadien weer een fraai excuus dat ik van de verkeerde cijfers vertrokken ben als zijn idiote plan weer eens niet lukt. Hij vindt altijd wel een slachtoffer.” Ze smeet haar pen boos op haar bureel. Het ding bleef liggen alsof ook dat er verder niets meer mee te maken wilde hebben.
“Hier, hier hebt ge hem weer”, zei ze, wijzend op haar scherm dat net met een ping aankondigde dat er weer een e-mail was. “Kan dat stuk ongeluk nu niet gewoon even die cijfers bevestigen? Neen hoor, meneer wil gewoon zijn gelijk halen, dat is belangrijker dan doen wat hij moet doen! Wacht maar, ik zal hem zijn vet eens geven.”
Terwijl ze heftig begon te typen, las ik de laatste aanvulling op deze beleefde soap. ‘Ik begrijp dat…’ en het vervolg klonk even zacht en beleefd, verzorgd met een nauwelijks merkbare giftige ondertoon. Het kwam erop neer dat hij de cijfers wel gegeven en bevestigd had, maar dat zij blijkbaar onwillig was de taak uit te voeren. Enfin, dat stond er zo ongeveer uitgesmeerd over een twintigtal keurige zinnen waarin niemand formeel een mes vasthield.
Ik zag hoe Kaat een vijftal zinnen, waarvan ik de bewoordingen hier niet wil herhalen, ge weet nooit wie dit leest, als antwoord had geschreven. Ze kopieerde ze en plakte ze vervolgens in haar AI-chatbot met het verzoek er een ‘vriendelijk doch ferm mailtje’ van te maken. Het resultaat was een beleefde stroom van vijftien zinnen, netjes voorzien van interpunctie en alinea’s en de morele hygiëne van een vriendelijk mens. Ze kopieerde het opnieuw, wiste haar originele tekst en plakte het beleefde antwoord erboven, zette nog een paar mensen in cc en verstuurde het.
“Voilà”, zei ze, “eens zien of hij daarvan terugheeft!” Tja, de kunst van het oorlog voeren op kantoor heeft een grote ontwikkeling doorgemaakt sinds mijn jonge jaren. Vroeger moest ge het venijn persoonlijk doseren en overhandigen. Nu laat ge het artificieel filteren, structureren en voorzien van een beleefde glimlach. Ik weet niet of het beter is op deze manier. Het is beleefder, dat is een zaak die zeker is. En blijkbaar ook uiterst belangrijk. Het kost veel meer tijd aan veel meer mensen en de oplossingen blijven doorgaans ver uit het zicht. Maar het is grammaticaal correct, netjes geformuleerd en kan achteraf niet als beledigend gezien worden. Chatbot tegen chatbot, met een menselijke interface om op verzenden te klikken. Ik ben benieuwd hoe dit zal eindigen, maar geen probleem, ik sta nu in cc en kan het feuilleton nu vanop de eerste rij volgen.