
Het begon als zo’n dag die zichzelf al bij het ontbijt belangrijk vindt. Einde mei, dertig graden op komst, en elke nieuwsredactie kirde erover alsof de zon persoonlijk had beloofd hun hypotheek af te betalen. Afhankelijk van uw eigen fysieke miserie keek u ernaar uit of zag u het al zwetend tegemoet.
Mijn eerste fout van de dag was, zoals wel vaker, het openen van mijn e‑mail. Dat blijft een soort Russische roulette met bijlagen, je weet immers nooit welke mentale kogel je te wachten staat. Meestal valt het tegen, soms is het neutraal, en met vaste regelmaat zit er een bericht tussen dat je hele dag in de blender kiepert. Zo’n mail die zich vermomt als vraag of als “ter info”, maar waarvan je bij de eerste zin al voelt hoe je bureaustoel verandert in een soort slappe rubberen poef.
Vandaag was het weer prijs. Je herkent het naderende onheil aan de combinatie van afzender en het woord “dringend” in het onderwerp, een woord dat sommige mensen hanteren zoals anderen peper gebruiken; overal op strooien, vooral wanneer ze zelf te lui of te ongeïnteresseerd waren om iets tijdig te doen. En wanneer iemand met enig gewicht in de organisatie dan vraagt: “Hoe staat het met…?”, dan voelen diezelfde mensen plots de urgentie langs hun ruggengraat omhoog kruipen. De aardappel, intussen gloeiend heet, wordt dan met chirurgische precisie doorgeschoven. In dit geval, ook zoals wel vaker, naar mij.
En u begrijpt het al, beste lezer! Tegen dan is de timing uiteraard compleet naar de kloten. Vingers worden sneller gewezen dan verkeersboetes uitgedeeld, en de paraplu’s schieten open alsof er een storm op til is. Dat gevoel, dat heerlijke, vertrouwde “godverdomme, ze hebben me wééral liggen”, stijgt dan in je op als een koorts die je liever niet benoemt. Maar wat doet een mens?
Je laat alles vallen, je probeert een oplossing te knutselen waarvan je op voorhand weet dat ze op kritiek zal botsen, want er is geen tijd meer voor overleg, voorstellen, bijsturen of correct uitvoeren. Tijd is een luxe die alleen bestaat vóór iemand anders zijn werk laat rotten.
En dan, op het einde van die broeierige dag, komt het resultaat boven water. Je hebt iets uitzonderlijks gedaan om de flaters van een ander op te vangen, want daarvoor zijn we collega’s, nietwaar? En mag je je vervolgens excuseren dat het niet perfect is. Uiteraard. Perfectie is voor wie tijd heeft. En tijd is voor wie zijn werk op iemand anders dumpt.