
Dan heeft het gisteren eens wat geregend. Nu ja, geregend, laten we het woord niet groter maken dan het is, anders krijgt het nog last van hoogmoed. Als ge met uw ogen geknipperd had, had ge het gemist, die zeven druppels per vierkante meter. Alles staat droog, zo droog als mijn regenwaterput. Wanneer ge erin roept krijgt ge een kurkdroge echo te horen. Als ge geen geel gras en verdorde bomen kunt zien, dan moet ge tegenwoordig de groene verf bovenhalen en de tuin gaan bijkleuren.
Nu is klagen eigen aan de mens. Dat is even onveranderlijk als de zonsopgang al ken ik mensen die daar ook nog een bezwaar tegen durven indienen, wanneer hij te vroeg boven de haag komt piepen. Alleen waarover we klagen verandert. Eens het ene probleem opgelost, zien we het volgende al aan de horizon. En wie niets heeft om over te klagen, die vindt wel iets, zonder twijfel of moeite.
Zo klaagden we steen en been over de te natte zomers. Altijd maar regen, dat was geen leven. De tuin verzoop in de plassen, de schoenen sopten in de modder en vervolgens op de keukenvloer. De hond rook naar een natte kelder en de wolken hingen boven ons hoofd als een natte dweil over een te laag gespannen waslijn.
En zie, dat is opgelost, nu hebben we nauwelijks regen en een blinkende zon die haar werk misschien net iets te ernstig neemt, gras dat eruitziet alsof het door een slechtgehumeurde pyromaan is gekamd. En dat werkt ook niet. Het geklaag blijft. Alleen de achtergrondkleur verandert
Bovendien is al dat geklaag zinloos. We moeten het weer nu eenmaal nemen zoals het komt. Dat is nu eenmaal de realiteit zoals ze is. Het weer vraagt immers geen advies, houdt geen peiling naar onze mening, bestuurt geen commissie en stuurt geen tevredenheidsformulier achteraf. Het komt gewoon binnen, gaat zitten met zijn vuile voeten op tafel en doet alsof de wereld van hem is. Ge kunt het niet kopen of bestellen, ge moogt het niet terugsturen en kunt het (nog) niet commercialiseren. Al vermoed ik dat iemand, ergens verstopt in een stoffig kantoor, met een PowerPoint zit te broeden op een soort ‘Premium Rain’. Laten we zeggen drie buien per maand, annuleren enkel schriftelijk, mits ge minstens drie maanden vooraf, aangetekend met een DNA staal en twintig foto’s van uw ID kaart opzegt. Anders loopt uw abonnement eeuwig en drie dagen door.
Mijn bezorgdheid is echter anders. Het schijnt een verschrikkelijk slecht jaar voor de patatten geweest te zijn. Te droog, halve oogsten mislukt, velden die erbij liggen alsof de aarde een vreemde huisziekte heeft gekregen… En dat verhaaltje ken ik. Als er te veel regen valt, problemen voor de patatten die rotten in de grond. Als de vorst te lang blijft aanhouden, problemen voor de patatten. Er is altijd wel iets aan de hand met die ondergrondse dramaqueen
Niet dat ik zoveel aardappelen eet. Ik ben niet echt een fan,Ik ben niet het soort mens dat bij het zien van een gekookte patat of een berg stoemp of puree spontaan religieuze gevoelens ontwikkelt. Maar toch, het is de basisgrondstof voor frieten. En daar verandert alles. Zodra zo een stomme knol in repen gesneden wordt, in vet wordt ondergedompeld en als goudgele staaf terug bovenkomt heeft hij een metamorfose ondergaan. Frieten zijn niet zomaar een ‘snel’ gerecht. Frieten zijn een kleine zaligheid in een puntzak, met zout als zegening en mayonaise als heilig sacrament.
Na al die regenjaren, waarin dat bakske of zakske godenvoer duurder werd, had ik echt wel gehoopt op een stabilisatie van de frietprijzen. Maar ja, ik vrees dat ik eraan ben voor de moeite. Ik vraag nochtans niet veel, een dak boven mijn hoofd, een beetje rust en zo nu en dan een portie frieten, waarvan ik bij het afrekenen niet het gevoel heb dat ik heb moeten kiezen tussen eten voor de kinderen of frieten voor mezelf.
Die warmte en droogte, och ja, dat wil ik nog wel accepteren. Een mens kan zich immers aanpassen aan een veranderende wereld. We doen de rolluiken overdag naar beneden, we drinken wat meer water, we bewegen wat minder en doen alsof we Zuid-Europeanen zijn, minus het zeezicht. Maar de prijs van frieten, dat is van een heel andere orde. Dat is meer dan een ongemak, dat is heiligschennis.
Gelukkig heb ik een uitstekende frituur in de buurt, en Benny en Sigrid houden daar, met de ernst van hogepriesters, bij een borrelende ketel frietvet, de orde van de wereld in stand. Zij zullen mij wel blijven voorzien van dat hemels gerecht waar God zelf nog van zou gaan watertanden.
En wie weet, het heeft geregend gisteren, misschien is de oogst daardoor wel gered. Wie zal het zeggen? Misschien valt het allemaal nog wel mee. Misschien blijft dat bakske of dat zakske toch nog betaalbaar en kan een mens opnieuw geloven in vooruitgang, voorzien van een ruime portie stoofvleessaus. Wie zal het zeggen? De hemel zwijgt, de aarde kraakt en kreunt en de frituurpan wacht.
Leest ge graag op uw telefoon? Aboneer u gratis op de substack pagina en krijg alles in uw mailbox!