URL has been copied successfully!

Wanneer slogans beginnen denken

URL has been copied successfully!
haatdragende slogans op sociale media

Als denken voor een mens optioneel wordt, begint de wereld zich te vullen met slogans zoals een stilstaande vijver zich vult met muggen. Eerst enkele. Daarna zwermen. Uiteindelijk hangt de lucht vol gezoem en is ernstig ademhalen nog nauwelijks mogelijk. Wie af en toe op sociale media gaat rondneuzen, ziet dat proces in real time gebeuren. Daar wordt elke gedachte die meer dan één bocht nodig heeft vakkundig doodgeslagen met een onelinertje, een verdacht hoofdlettergebruik en een woordenschat die klinkt alsof ze in een rioolput is uitgezet om er vooral geen daglicht op te laten vallen.

Download dit bericht gratis als .pdf

Zelfs onder een eenvoudige post duiken ze op, de luidruchtige exemplaren die geen idee hebben wat ze zeggen maar wel absoluut zeker weten dat het dringend gezegd moet worden. Dan valt er weer zo’n term als “omvolking”, alsof men met één hysterisch containerwoord een complexe werkelijkheid kan opvouwen tot iets wat zelfs in een kapotte schedelpan nog overzichtelijk blijft. Zulke woorden zijn geen analyse. Ze zijn geen inzicht. Ze zijn de talige versie van met een hamer op een rookmelder slaan en dan beweren dat men het brandveiligheidsbeleid heeft verbeterd.

Laat ons dus even een punt maken, omdat iemand het af en toe moet doen. Niet om wie hardnekkig verslaafd is aan zijn eigen waanzin alsnog te genezen, sommige geesten zijn al te lang in een slecht geventileerde kelder opgesloten, maar om de lucht tenminste nog enigszins bewoonbaar te houden voor wie niet meteen alles gelooft dat in vetgedrukte angsttaal voorbijkomt.

Ik weet best dat de wereld geen gemakkelijke plaats is. Dat velen in deze contreien de maand moeten doorkomen met een rekening die niet meewerkt, een loon dat sneller slinkt dan de supermarktkar gevuld raakt, en een toekomst die voelt als een te smalle jas waarin men per se nog een winter moet overleven. Dat is echt. Dat is geen detail. Wanneer de rek eruit is, zoekt de mens een uitlaatklep. En beschuldigen is een goedkope sport. Het geeft de illusie van controle. Als ge iemand anders tot oorzaak kunt bombarderen, hoeft ge tenminste niet te kijken naar de structuren, belangen en keuzes die werkelijk aan de rot zitten. Dan wordt het ongemak netjes verhuisd naar een zondebok en kunt ge zelf weer even rechtop staan in uw eigen gelijk.

Dat mechanisme is zo oud als vuil. Het werkt ook altijd ongeveer op dezelfde manier. Eerst wordt een groep mensen herleid tot een probleem. Daarna tot een bedreiging. Vervolgens tot een vloedgolf, een besmetting, een ondermijning, een invasie, een complot, een “horror”. De woordkeuze wordt gaandeweg vetter en dommer, tot het alleen nog klinkt als een goedkope actiefilm voor geestelijk afgeleefden. Zo hoeft men het nooit meer te hebben over beleid, over geopolitiek, over oorlog, over ongelijkheid, over historisch geweld, over economische afhankelijkheden of over de eenvoudige vaststelling dat mensen onder druk nu eenmaal doen wat mensen altijd hebben gedaan: proberen te overleven.

Stel u even iets eenvoudigs voor. Ge leeft in Soedan. Of in Libanon. In Gaza. In Syrië. Aan de grens tussen Congo en Rwanda. Uw huis is niet meer wat een huis zou moeten zijn, maar een tijdelijke schuilplaats tegen kogels, chaos, honger of willekeur. Uw kinderen groeien op tussen gebroken infrastructuur, gebrek, dreiging en het soort onzekerheid dat men hier al ondragelijk vindt wanneer de trein vijfendertig minuten vertraging heeft. Ge wilt, zoals elk fatsoenlijk mens, uw gezin een kans geven op iets dat nog naar leven ruikt. Niet naar heroïek. Niet naar ideologie. Gewoon een leven. Wat doet ge dan, als ge weet dat enkele duizenden kilometers verder zelfs het slechtste bestaan nog veiliger, gezonder en menselijker is dan wat ge nu hebt?

Het antwoord is pijnlijk eenvoudig: ge vertrekt, als ge kunt. Ge pakt wat nog draagbaar is, fysiek of mentaal, en ge zet u in beweging. Niet omdat ge een beschaving wilt overnemen, een traditie wilt vervangen of een land wilt “islamiseren”, wat dat woord in de mond van zo’n angstverkoper ook moge betekenen, maar omdat ge niet dood wilt, niet verhongeren wilt, uw kinderen niet als toekomstig puin wilt afleveren aan een streek die al generaties wordt uitgebeend. Dat is geen samenzwering. Dat is de oudste menselijke reflex die er bestaat. En laat niemand doen alsof hijzelf in zulke omstandigheden nobel ter plaatse zou blijven om de geopolitieke symboliek proper te houden. De meeste mensen die het luidst tieren over migratie, klagen hier al als hun pakketje een dag te laat komt.

“Maar wij hebben hier hard gewerkt voor onze welvaart,” roept dan steevast de angsthaas van dienst, met de zelfvoldane verontwaardiging van iemand die denkt dat geschiedenis begonnen is toen zijn grootvader een haag plantte. En ja, er is hier hard gewerkt. Natuurlijk is dat zo. Maar wie uitsluitend dát vertelt, vertelt met opzet maar de helft. Onze welvaart is niet uit de lucht komen vallen, noch uitsluitend uit eigen deugd ontsproten. Ze rust mee op eeuwen van koloniale roof, extractie, goedkope grondstoffen, scheve handelsverhoudingen, geopolitieke macht en het systematisch leegtrekken van regio’s die men vandaag plots met een morele opgetrokken wenkbrauw bekijkt wanneer hun inwoners naar hier komen.

Dat wil niet zeggen dat wij persoonlijk schuldig zijn aan alles wat onze voorouders hebben aangericht. Die goedkope erfschuld helpt niemand vooruit. Ge kunt een kleinkind niet verantwoordelijk stellen voor de misdaad van een overgrootvader die hij nooit heeft gekend. Maar ge kunt ook niet doen alsof de rekening van de geschiedenis nooit op tafel komt zolang ge ze zelf niet hebt getekend. Voordelen erven blijkt voor velen geen probleem. Alleen het besef dat die voordelen ergens vandaan kwamen, veroorzaakt plots een collectieve aanval van selectief geheugenverlies.

Wij zijn niet persoonlijk schuldig aan wat eeuwen geleden werd uitgebuit. Evenmin zijn de mensen die vandaag aan onze deur kloppen persoonlijk verantwoordelijk voor de oorlogen, regimes, onderdrukking, verarming en chaos waarin zij proberen niet ten onder te gaan. Dat is nu net de kern van het probleem met de slogans: ze maken van geschiedenis een knuppel en van mensen een doelwit. Ze vegen alles plat tot alleen het bruikbare vijandbeeld overblijft. Dat beeld moet eenvoudig zijn, anders werkt het niet. Het moet luid zijn, anders verliest het aan aantrekkingskracht. En het moet onjuist zijn, want de waarheid is zelden geschikt als oorlogskreet.

De grote hypocrisie zit natuurlijk elders. Men pronkt hier graag met vrijheid, gelijkheid, democratie, rechtsstaat, broederlijkheid en andere fraaie begrippen die in toespraken schitteren als zilverwerk op hoogdagen. Maar zodra die waarden geld, ruimte, moed of concrete solidariteit beginnen kosten, blijken ze voor velen plots uiterst rekbaar. Dan gelden ze nog net tot aan de grens van het eigen comfort. Daarachter begint men te schuifelen, te relativeren, te rekenen, te wantrouwen, te spreken over “opvangcapaciteit” met de toon van een mens die het over waterschade heeft. Medemenselijkheid is populair zolang ze geen verstoring veroorzaakt in de logistiek van de eigen welvaart.

Dat is ook waarom die hatelijke praat zo goed gedijt: ze geeft een moreel excuus voor hebzucht. Ze laat mensen dingen zeggen als, wij zijn niet hardvochtig, wij zijn realistisch. Wij zijn niet bang, wij zijn waakzaam. Wij zijn niet egoïstisch, wij beschermen gewoon “onze” manier van leven. Alsof beschaving iets is dat ge bewaart door in paniek te raken voor iedereen die er nog deel van wil worden. Alsof de beste manier om vrijheid te beschermen bestaat uit het ontmenselijken van mensen die minder geluk hebben gehad met hun geboorteplaats.

En dan is er nog de ironie die zulke roepers nooit ruiken, zelfs niet als ze er met hun neus middenin staan. Ze beweren onze waarden te verdedigen, maar doen dat met een taal die recht uit het afvoerputje van de geschiedenis komt. Wie in elk probleem onmiddellijk naar rassenwaan, cultuurpaniek of religieuze vergiftiging grijpt, verdedigt geen beschaving. Hij ondergraaft haar. Wie voortdurend schreeuwt over “de horror” van de ander, brengt meestal vooral zijn eigen innerlijke ravage in kaart. Een samenleving wordt niet sterker van mensen die voor elk ongemak een vijand zoeken. Ze wordt er alleen luidruchtiger, dommer en gevaarlijker van.

Wat moeten we dan wel doen? Eerst en vooral kunnen we misschien even nadenken, voor zover dat nog niet definitief als elitair tijdverdrijf is afgeschaft. Daarna kunnen we zaken onderscheiden. Niet elke zorg is racisme. Niet elke vraag over migratie is kwaadaardig. Niet elk debat over grenzen, opvang, integratie of draagkracht is per definitie vuil. Maar zodra iemand elk onderscheid laat vallen en begint te spreken in de taal van besmetting, vervanging, complot en ondergang, is het gesprek afgelopen. Dan zit ge niet meer in de sfeer van argumenten, maar in die van koortsbeelden. En op koortsbeelden bouwt men geen samenleving, hoogstens een karikatuur met prikkeldraad.

Vervolgens moeten we de hypocrisie laten vallen. Weg met het behaaglijke sprookje dat wij vanzelf “de goeden” zijn. Wij zijn niet beter omdat we hier geboren zijn. Wij zijn niet zuiverder omdat onze ellende beter geventileerd is. En onze waarden zijn niets waard als we ze alleen toepassen op mensen die op ons lijken, onze taal spreken of onze feestdagen herkennen. Vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid, democratie, rechtsstaat, medemenselijkheid, dat zijn geen seizoensproducten voor intern gebruik. Ofwel meent men ze, ook wanneer het moeilijk wordt, ook wanneer het wringt, ook wanneer het iets kost. Ofwel zijn het marketingtermen voor een beschaving die vooral zichzelf graag bewondert.

Er is nog een reden om die slogans hard aan te pakken. Niet omdat ze intelligent zijn, dat zijn ze immers zelden, maar omdat ze lui zijn en tegelijk gevaarlijk. Ze vereenvoudigen de werkelijkheid tot ze nog alleen dienstdoet als excuus voor hardvochtigheid. Ze verleiden gewone mensen om hun frustraties naar beneden te trappen, richting wie nog minder bescherming heeft dan zijzelf. En ze maken het onmogelijk om de echte vragen te stellen, zoals waarom blijft ongelijkheid groeien? Waarom werkt beleid zo vaak als een rookmachine? Waarom slagen we er niet in solidariteit te organiseren zonder er meteen een morele burgeroorlog van te maken? Waarom krijgt de mens aan de onderkant zo graag de schuld van systemen die elders ontworpen zijn?

Misschien is dat uiteindelijk de enige nuttige reactie op dit soort bagger, niet alleen zeggen dat het vuil is, maar ook tonen waarom het zo aantrekkelijk blijft voor wie moe, bang of verbitterd is. Angst verkoopt omdat ze eenvoudig is. Haat plakt omdat ze een richting geeft aan frustratie. Onzin wint terrein wanneer denken moeite kost en de waarheid geen fatsoenlijke slogan oplevert. Dat alles begrijpt de demagoog heel goed. Zijn hele model rust erop.

Maar begrip is nog geen toegeeflijkheid. Tegen haatdragende rommel moet men ingaan. Niet beleefd knikken, niet relativeren, niet doen alsof het “ook maar een mening” is. Sommige uitspraken zijn geen bijdrage, maar vervuiling. Sommige woorden zijn geen standpunt, maar rot die in de taal kruipt en haar bruikbaarheid aantast. Wie daar niets tegen zegt, helpt mee de vloer glad maken voor de volgende val.

Dus laat ons helder zijn. Mensen die vluchten voor oorlog, ontwrichting, honger of uitzichtloosheid zijn geen bewijs van een samenzwering. Ze zijn bewijs van een wereldorde die voor miljarden mensen al decennia structureel onleefbaar wordt gehouden. Dat is een schande, geen complot. Dat vraagt beleid, moed, redelijkheid en internationale eerlijkheid, geen hysterische woordwolken van mensen die al buiten adem raken van hun eigen Facebookreactie.

En als ge dan toch iets wilt verdedigen, verdedig dan dit: het eenvoudige inzicht dat een mens een mens blijft, ook wanneer hij van elders komt, anders bidt, anders klinkt of met niets anders aankomt dan de hardnekkige wens om zijn kinderen niet in het puin te zien opgroeien. Al de rest is lawaai. En lawaai heeft de wereld al meer dan genoeg.

U kan dit bericht gratis downloaden als .pdf via het winkeltje

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info