
Er zijn van die momenten waarop een samenleving beter eerst haar mond zou spoelen voor ze opnieuw begint te spreken. Een schoolbus wordt in Buggenhout door een trein gegrepen. Vier doden. Gewonde kinderen. Ouders die in één klap uit het gewone leven worden gerukt en in een werkelijkheid terechtkomen waar geen mens vrijwillig naartoe wil, een werkelijkheid van sirenes, wachtkamers, telefoons die te laat komen en zinnen die voortaan voor altijd een andere kleur zullen hebben. Daar past in de eerste plaats stilte. Geen grote woorden of morele acrobatiek, geen haantjesgedrag of profileringsdrang. Alleen verdriet, zorg en de elementaire plicht om de pijn van die mensen niet onmiddellijk te gebruiken als opstapje naar een beter profiel.
Maar dat is buiten onze tijd gerekend. Nog voor de schok goed en wel is doorgedrongen in de botten van wie hun kind, kleinkind, broer of zus verloren, nog voor de lucht boven de overweg is geklaard en het metaal is afgekoeld, begint de gebruikelijke machine al te ratelen. Niet de machine van medemenselijkheid, die staat doorgaans op laag toerental en valt bij het minste stof stil. Neen, die andere. Die van de afweer, het indekken, het verklaren, het verdelen van de schuld over voldoende loketten zodat ze nergens nog echt landt. Sereniteit is intussen een museumstuk geworden. Waardigheid iets voor oude zwart-witfoto’s. Vandaag moet er vooral meteen gereageerd worden, gedeeld, geprofileerd, gekaderd. Men wil tonen dat men aan de goede kant staat, liefst nog voor iemand heeft uitgezocht waar die kant precies ligt.
En dus begint het bekende gehark. De ene legt alvast zandzakjes rond zijn eigen verantwoordelijkheid. De andere trekt zijn verontwaardiging aan als een proper gestreken kostuum. Nog iemand anders komt het leed uitmeten met de meetlat van de politieke bruikbaarheid. Alsof verdriet een ruwe grondstof is die men maar snel genoeg moet raffineren tot mediavoordeel. Wat er ook gebeurt, in deze contreien duikt er altijd wel iemand op die in een ramp eerst een kans ziet. Om te scoren, om te wijzen, om te verklaren dat men het “al lang gezegd had”, wat een merkwaardige vorm van gelijk krijgen is wanneer de prijs wordt betaald door kinderen en hun ouders.
De eerste reflex van een systeem in nood is zelden zelfonderzoek. Het is huidredding. Dat ziet ge altijd weer. Nog voor de wonde fatsoenlijk openligt, nog voor de feiten hun plaats hebben gevonden, worden al verklaringen rondgespoten alsof men een brand probeert te blussen met papierwerk. De Lijn wijst op de rol van scholen en busbedrijven bij klachten over chauffeurs in onderaanneming. Technisch zal daar mogelijk van alles over te zeggen zijn, maar de snelheid waarmee men zich van elke spat verantwoordelijkheid probeert af te drogen, heeft iets onsmakelijks. Alsof de hoogste urgentie niet ligt bij de waarheid, de kinderen en de ouders, maar bij het netjes wit houden van de eigen hemdsmouwen. Men hoeft niet eens cynisch te zijn om daar misselijk van te worden. Een normaal bescheiden menselijk geweten volstaat.
En dan komen de ouders, begeleiders, scholen, de mensen die al jaren trokken aan bellen waar niemand zich nog door liet storen. Niet uit aandachtshonger, maar uit dat specifieke soort woede dat ontstaat wanneer ge te lang hebt geroepen in een gang waar iedereen u hoorde en niemand opstond. Getuigenissen over rijgedrag. Klachten die werden doorgestuurd. Mails die braaf circuleerden als vliegen in een afgesloten kamer, maar nergens genoeg gewicht kregen om ook maar één schroefje los te maken in de machine. Het is het bekende succesverhaal van moderne systemen. We registreren zonder gevolg, we noteren zonder ingrijpen, we weten zonder handelen. Allemaal onder de leuze, het gaat goed zolang er niets fout loopt. Een mens zou bijna ontzag krijgen voor zoveel administratieve behendigheid, ware het niet dat het hier gaat over kwetsbare kinderen en ouders die nu moeten leven met een gat dat geen enkele procedure ooit nog dichtgespijkerd krijgt.
En nauwelijks is dat gezegd of de politiek schuifelt het toneel op, elk met zijn ingestudeerde ernst, zijn broekzak vol bruikbare zinnen en dat licht opgewonden gezicht van mensen die rampspoed ruiken zoals aasgieren warm vlees ruiken. Dan begint het traditionele gekrakeel van wie wist wat, wie had moeten ingrijpen, welke bestuurslaag heeft liggen slapen, wie kan welke verantwoordelijkheid met voldoende overtuiging over de schutting smijten. Men hoort dan zinnen vallen die klinken als bezorgdheid, maar in werkelijkheid vooral de geur dragen van een electoraal slachthuis. Dat is misschien nog het weerzinwekkendste aan dit soort drama’s. Niet alleen dat het misgaat, maar ook hoe snel er tussen de brokstukken al mensen opduiken met een vork en een partijlogo, op zoek naar bruikbaar vlees.
Laat ons vooral niet doen alsof dat “nu eenmaal bij de democratie hoort”. Dat is een van die lafste zinnen waarmee men moreel verval netjes in verpakt als systeemkenmerk. Er hoort veel bij de democratie die we te vaak ontkennen. Zaken als debat, controle, vragen, verantwoording. Maar het haastig uitbenen van vers verdriet tot politiek charcuteriewerk is geen noodzakelijkheid. Het is karakterarmoede in een maatpak.
Misschien zou het voor één keer zinvoller zijn met iets eenvoudigers te beginnen. Niet met de vraag wie juridisch buiten schot kan blijven of politiek het meest bruikbare gezicht kan trekken, maar met de vraag waarom ouders, begeleiders en scholen blijkbaar zo lang moesten roepen voor iemand ook maar deed alsof hij luisterde. Waarom leerlingenvervoer voor kinderen uit het buitengewoon onderwijs al jaren iets heeft van georganiseerde broosheid. Lange ritten, schaarse profielen, zwakke controle, een systeem dat op papier rijdt en in werkelijkheid op geluk moet rekenen. En waarom er blijkbaar eerst een overweg vol dood, schroot en onomkeerbaarheid nodig is voor men plots ontdekt dat klachten misschien geen hinderlijk achtergrondgeruis zijn, maar voorboden van iets wat kan komen.
De vraag naar schuld zal het onderzoek moeten beantwoorden. Dat is waartie een onderzoek dient. Maar de vraag naar schaamte ligt nu al gewoon op tafel, tussen de bloemen, de sirenes en de verklaringen. En daarvoor hebt ge geen expert nodig. Alleen een mens die nog niet volledig is dichtgeschroeid door procedure, profilering en zelfbehoud.