URL has been copied successfully!

Een lobotomie met maandabonnement

URL has been copied successfully!
AI en kritisch denken

“Gij denkt dat ge slim zijt, hé, maar ik kan binnen enkele seconden het antwoord op eender welke vraag vinden op mijn telefoon,” wierp hij mij voor de voeten. Tegelijk duwde hij mij zijn scherm onder de neus, waar zijn extern brein, luisterend naar de naam Claude, als een digitaal orakel stond te blinken.

Het was een van die zeldzame keren dat een jonge kerel zonder hoofdtelefoon rondliep en mij aansprak. Nu ja, aansprak. Hij moest wel, nadat hij mij met zijn step zo goed als van het trottoir had gemaaid. Uitkijken is blijkbaar moeilijk wanneer ge uw volledige bewustzijn hebt uitbesteed aan een scherm.

Mijn vraag waarom hij niet uitkeek, was dan ook niet geheel uit de lucht gegrepen. Het miezerde een beetje, ik liep netjes op het voetpad, en had ik dat gezoem achter mij niet gehoord, dan lag ik nu wellicht als een uitgevouwen paraplu op de stoep. Maar hij nam er toch aanstoot aan. Alsof een voetganger op een trottoir een provocatie van uitzonderlijke slechtheid was.

Het trottoir, zo legde hij mij uit met de stelligheid van een pas bekeerde, was de veiligste plaats om te steppen. Steps hadden immers kleine wieltjes, en een uitstekende kassei of een gat in de weg was levensgevaarlijk. Het voetpad daarentegen was vlak en egaal, dus vanzelfsprekend het terrein waarop de voetganger zich maar wat had terug te trekken voor het hogere recht van de batterij-aangedreven dwaasheid.

Maar wat was hij dan zo intensief op dat scherm aan het bekijken? Wel, hij was in gesprek met Claude over de zin en onzin van examens. U weet wel, die tijd van het jaar waarin jonge mensen plots ontdekken dat kennis niet vanzelf in hun schedel waait. Zo belandden wij, noodgedwongen en onder dreiging van een tweede aanrijding, in een gesprek over de zin en onzin van artificiële intelligentie. Voor hem was het de oplossing voor alles. Waarom nog studeren? Alle antwoorden van de wereld, alle denksporen, alle mogelijke inzichten zaten gewoon in zijn telefoon.

AI, zo verduidelijkte hij mij, alsof hij een Neanderthaler de elektriciteit kwam uitleggen, kon ziektes genezen, problemen oplossen, muziek maken, boeken schrijven en vermoedelijk op termijn ook nog zijn tanden poetsen. En dat, beste lezer, raakte mij. Niet uit bewondering, maar uit een mengsel van ontzetting en medelijden.

En wat was dan nog het belang van parate kennis, wilde ik weten. Dat, zo vertelde hij mij met de opgewekte domheid van iemand die zijn eigen amputatie voor vooruitgang houdt, was verleden tijd. Hij kon alles weten, beter dan ik het ooit had kunnen leren, via Claude. Hij hoefde enkel maar een vraag te stellen, over om het even wat, en het antwoord rolde naar buiten als warme pudding uit een machine.

Hoe hij dan wist of dat antwoord ook juist was, vroeg ik. Daar begon het plots te haperen. Claude had daar geen pasklare wijsheid voor, behalve de gewoonte om zijn bronnen op te sommen, wat voor veel mensen tegenwoordig ongeveer hetzelfde is als waarheid. Nu ik wat terreinwinst had geboekt, ging ik verder. Waarom had die alwetende Claude hem dan niet gewaarschuwd dat ik hier liep? Waarom had zijn digitale wonderdokter niet even ingegrepen voor hij een voetganger van het trottoir maaide? Daar had hij geen antwoord op. Zelfs Claude liet hem daar zwemmen.

Hij heeft mij daarna nog even stevig uitgevloekt en is verdergestept, over het trottoir, in gesprek met Claude, zijn kunstmatige geweten op zakformaat. Ik keek hem na en dacht wat ik nog altijd denk wanneer technologie wordt verkocht als vervanging van verstand: artificiële intelligentie is voor sommigen gewoon een lobotomie met maandabonnement. Hij mag het hebben.

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info