
Stel u het volgende voor. Een man stapt zijn gazon op met een schop, begint ijverig te graven en staat een uur later tot aan zijn middel in een put. Dan heft hij het hoofd, veegt wat aarde uit zijn snor en begint met luide stem te klagen dat er een put in zijn gazon zit. Ge zoudt zo iemand vreemd bekijken. Misschien zelfs vriendelijk, zoals men kijkt naar een hond die tegen een spiegel blaft.
Mijn buren hebben, voor alle duidelijkheid, hun gazon ongemoeid gelaten. Daarvoor was het trouwens te warm, en ook buren kennen hun grenzen wanneer er zweet aan te pas komt. De put kwam deze ochtend in mij op aan de koffiemachine, die wonderlijke drinkplaats waar koffie, klachten en zelfbedrog in dezelfde mok worden geschonken.
Het gesprek ging over sociale media. Over schade en schande, afleiding en ongecontroleerde onzin. Of die niet verboden moesten worden voor kinderen. Tot veertien jaar, zei de ene. Zestien, zei de andere. Achttien, zei de derde, die voor dat inzicht even opkeek van haar scherm. Ik had de neiging eenentwintig te bieden, gewoon om te zien of iemand nog boven water kwam, maar ik hield mij in.
Een heer en twee dames stonden daar, koffie in de ene hand, telefoon in de andere, en bespraken met ernstige gezichten hoe slecht sociale media wel niet zijn. Zeker in deze bijna afgelopen examenperiode. Hun kinderen moesten de smartphone inleveren tijdens de studie-uren, vertelden ze. Dat diezelfde kinderen studeren op een computer, met het hele circus op één tabblad afstand, deed blijkbaar geen belletje rinkelen. Dat was wellicht te ver gedacht voor mensen die ondertussen met hun duim door de wereld stonden te harken.
En dan die onzin die erop staat. De schandalige filmpjes. De gemene berichten. De horrorverhalen die van scherm naar scherm schuiven alsof iedereen er persoonlijk de lijkkist voor heeft moeten dragen. Tja. Terwijl zij dat vertelden, werd er vrolijk verder geappt, gelezen, geknikt, geliket en tussendoor nog wat werk verdeeld. Een nette vlecht van klagen, plannen en digitaal morsen. Men wees naar de put met de schop nog warm in de hand.
Maar de jeugd, zo werd vastgesteld, die mag daar niet te veel mee bezig zijn. Ik heb er zelf vier rondlopen in huis, dus ik begrijp de zorg. Kinderen kunnen, als men niet oplet, verdwijnen in zo’n toestel tot alleen hun sokken nog zichtbaar zijn. Maar het wordt moeilijk ernstig te blijven wanneer volwassenen, die vroeger zogezegd nog op straat speelden en boeken lazen om iets te leren, dezelfde straat niet meer zien omdat zij op een scherm naar andermans straat zitten te kijken.
Van de drie aan de koffiemachine verdenk ik er minstens twee van dat zij de laatste decennia geen pagina meer hebben omgeslagen die niet glansde van reclame of vakantiekleur. Zij hadden nochtans veel te zeggen over afleiding, stress, leugens, onzin, foute informatie en die schabouwelijke zelfverheerlijking waar sociale media omheen draaien als vliegen rond fruit dat te lang in de zon heeft gelegen.
U kan alle weekberichten gratis downloaden als .pdf in het winkeltje