
Vrijheid klinkt altijd uitstekend zolang niemand haar gebruikt. Wij zijn er allemaal grote voorstanders van, tot iemand een centimeter buiten de krijtlijn stapt die wij, met bevende hand maar vaste overtuiging, rond het woord normaal hebben getrokken. Zodra die spagaat te groot wordt, klinkt het koor: doe eens normaal zeg. Ik krijg krampen van die zin. Normaal is iets wat bij mij slecht verteert. Het ligt als een steen in de maag en doet alsof het gezond verstand heet.
Vandaag kreeg ik van een normaal iemand kledingadvies. Ongevraagd, onbesteld, niet gevraagd en toch geleverd. Weigeren bleek absoluut onmogelijk. Sommige goede raad komt binnen als een pakketbezorger die zijn voet tussen de deur zet. U moet weten, ik hou nogal van fleurige hemden. Ik krijg ze ook met vaste regelmaat op vaderdagen, verjaardagen en andere onzinnige gelegenheden die wij vieren om de tijd te verdrijven. Vreemd toch, dat wij telkens feestvieren wanneer er weer een stuk van ons leven is afgesneden.
Maar die hemden dus. Blijkbaar zijn ze, naar haar oordeel, “om op te schieten”. Het positieve is dat zij mij alvast niet als aangeschoten wild wilde zien eindigen. Het jammere is dat zij vond dat dit vonnis hardop uitgesproken moest worden. Zelf ben ik niet zo behept met het dirigeren van andermans kledingkast. Ik laat mensen graag rondlopen in hun eigen vergissing. Voor sommigen is dat echter geen optie. Zij zien een hemd, ruiken afwijking en voelen meteen de roeping van een kleine textielinquisiteur.
Of een mooi, net wit of blauw hemd er niet beter zou uitzien? Het zou mij jonger maken, zei ze. En daarmee was de magische formule van de eeuwige jeugd eindelijk blootgelegd, mijn haar knippen, een normaal hemd aantrekken en de rest van het verval vriendelijk verzoeken buiten te wachten. Ik luisterde beleefd, want opvoeding is soms niets anders dan uw sarcasme aan de leiband houden. Niet iedereen smaakt het wanneer men de leiband loslaat, zeker niet op klaarlichte dag.
Daarna deed ik wat elke redelijke mens doet met goede raad die hij niet besteld heeft. Ik legde haar neer naast de andere huisraad die niemand nodig heeft. Dat bleek een doodzonde te zijn die God vermoedelijk vergeten is in zijn tien geboden. “Zeg,” werd mij nageroepen, “ik meende het wel.” Nu ja, dat had ik al begrepen. Niemand verspilt een kwartier aan het rechtzetten van andermans hemd als hij niet denkt dat de beschaving ervan afhangt.
Ik zei dat ik dat wist, maar dat ik, kleurenblind en vermoedelijk verstoken van elke vorm van goede smaak, aantrek wat mij plezier doet. Dat ik mij daar prima bij voel. En dat, als mijn leeftijd werkelijk van mijn stijlkeuze zou afhangen, ik waarschijnlijk oud geboren ben. Bovendien kan het mij weinig schelen hoe oud ik eruitzie. Mijn leeftijd is wat hij is. Daar verandert geen cosmetische ingreep iets aan, laat staan een effen hemd of een bezoek aan de kapper. Wie de tijd met katoen denkt tegen te houden, moet dringend eens naar de wasmand kijken.
En toch blijft het blijkbaar schandalig dat een mens niet naar goede raad wil luisteren. Daar kan men zich dan bij de volgende nietsvermoedende bezoeker van de koffiemachine druk over maken. Die bezoeker heeft vervolgens weer een reden om even bij mij binnen te springen en het gesprek over het gesprek over mijn hemd nog eens te becommentariëren. Zo blijft de wereld draaien, niet door zwaartekracht, maar door geklets dat van mok naar mok wordt overgegoten. De dag gaat voorbij, niemand is wijzer geworden en ergens hangt een fleurig hemd rustig te wachten op zijn volgende proces.
U kan in het winkeltje de weekteksten gratis downloaden als .pdf