
Er was eens, want zo begint elk sprookje dat slecht afloopt, een tijd die niet eens zo ver achter ons ligt. De dinosaurussen waren al lang dood, de dieren zwegen eindelijk en de mens had de jaren tachtig bereikt. U weet wel, dat decennium waarin men nog ruzie maakte met echte stembanden in plaats van met digitale schuimrubberen hersenen.
Toen kon men zich nog ergeren zoals het hoorde, luid, zichtbaar, en met een minimum aan lafheid. Op het werk, thuis, op café, in de sportclub… Kortom, overal waar mensen samenhokten en elkaar op de zenuwen werkten. Maar laat ons, voor de helderheid, even inzoomen op de werkvloer, dat reservaat waar frustratie en incompetentie elkaar kruisen als incestueuze konijnen.
Stel u een man voor achter zijn bureau. Ge ziet zijn bloed koken, niet figuurlijk, maar alsof zijn aders langzaam veranderen in een frituurketel. Wat is er gebeurd? Niets bijzonders, iemand heeft, alweer, zijn beloftes niet nagekomen. Een klassieker, zoals slechte koffie en te warme vergaderzalen.
Vroeger, in die tijd die we daarnet al met enige nostalgie bezochten, zou een mens rechtgestaan zijn, naar het kantoor van de schuldige gestapt zijn, eventueel onderweg de baas opgeraapt hebben als neutrale scheidsrechter en daar ter plekke zijn waarheid uitgespuwd hebben. Dat eindigde met gevloek, verwijten, en een pint. Klaar. Bijgelegd. Verder.
Tien jaar later greep men naar de telefoon. Draadloos, want vooruitgang moest ergens beginnen. Het gesprek werd heet, het toestel vloog wel eens tegen een muur, een deur of de vloer. Maar meestal kwam er een collega kwam bemiddelen. Klaar. Bijgelegd. Verder.
We schuiven nog eens vijftien jaar op. De mens had e-mail ontdekt, en dus begon men elkaar digitale oorvijgen te verkopen. Eerst een boze mail, dan een antwoord met de chef in cc, dan een reply-all met nóg meer cc’s, tot iemand eindelijk opstond en zei: “Ge moet eens leren praten.” Handen werden geschud. Klaar. Bijgelegd. Verder.
En dan… vandaag. De man tikt een boze mail. Maar hij is modern, dus hij vraagt zijn AI‑assistent — Claude, Copilot, ChatGPT, kies uw favoriete kneus — om er een deftige mail van te maken. Die AI maakt er een tekst van die klinkt alsof hij geschreven is door een neutrale ambtenaar die bang is iemand te beledigen. De emotie wordt eruit gefilterd zoals vet uit bouillon. Wat overblijft is lauw water met zinnen.
De ontvanger leest het, wordt boos, tikt een nog bozere mail, haalt die óók door zijn digitale verstand-op-half-mast, en stuurt een beleefde belediging terug. En zo gaat het verder. Twee mensen die elkaar de hersens willen inslaan, maar dan in de vorm van gezuiverde, steriele, AI‑gepaste zinnen. Een halve dag lang. Iedereen in cc. Iedereen gefrustreerd. Niemand begrijpt nog iets.
Tot iemand, zo een zeldzaam exemplaar dat nog kan lezen, merkt dat er iets niet pluis is. Hij wil ingrijpen en tikt:
‘Kunnen jullie verdomme een stoppen met elkaar dit soort onzin door te sturen en eens samen kijken wat het probleem is, hoe ge dat kunt oplossen en dat doen? En stop met iedereen lastig te vallen met dan kinderachtig gedoe, jullie zijn volwassen mensen. Praat met elkaar!’
Maar ook hij is besmet met de moderne ziekte. Dus hij haalt het door zijn AI‑assistent. En wat blijft er over?
Dag iedereen,
Mag ik vragen om te stoppen met dit soort eindeloze mailwissels en samen even te bekijken wat er precies gaande is, hoe we dat kunnen aanpakken en vervolgens ook effectief die aanpak toe te passen?
We zijn allemaal volwassen professionals en ik denk dat we er meer baat bij hebben om rechtstreeks met elkaar in gesprek te gaan dan om elkaar voortdurend in cc te zetten of discussies via mail te blijven voeren.
De huidige manier van werken kost veel tijd en energie, zonder dat ze ons dichter bij een oplossing brengt.
Ik zou daarom willen vragen om, wanneer er een probleem ontstaat, eerst rechtstreeks met elkaar af te stemmen en samen naar een werkbare oplossing te zoeken. Dat is uiteindelijk efficiënter en aangenamer voor iedereen.
We hebben allemaal hetzelfde doel: de werkzaamheden vlot laten verlopen en elkaar daarbij ondersteunen. Dat lukt het best wanneer we problemen samen aanpakken in plaats van ze via lange mailketens verder te laten escaleren.
Alvast bedankt voor jullie medewerking.
Met vriendelijke groet,
Een brave mail die klinkt alsof hij geschreven is door een HR‑robot met een burn-out.
En dan komt de finale klap: De oorspronkelijke klager wil zeggen: ”Als gij nu eens uwen job deed en zorgde dat x zijn afspraken en beloftes nakwam, dan was heel deze onzin niet nodig geweest”
Maar AI maakt er een beleefde, tandeloze zin van die zelfs een goudvis niet zou beledigen. “Als er vanaf het begin op toegezien was dat de gemaakte afspraken en engagementen werden nagekomen, dan hadden veel van deze discussies en bijkomende opvolgingen wellicht niet nodig geweest.”
En zo eindigt de dag. Iedereen boos. Niets opgelost. Maar wel beleefd, proper, artificieel en volledig zinloos.
Klaar. Niet bijgelegd. Maar morgen kunnen we ons opnieuw professioneel opwinden. Natuurlijk, met de nodige amateuristische irritatie, met artificiële imitatie van iets dat ons vandaag de dag blijkbaar moet leren hoe we moeten als mensen met elkaar moeten communiceren.
Download hier gratis vele teksten teken in op de nieuwsbrief