
Wij mensen zijn een vreemde diersoort. Dat mag gezegd worden zonder dat iemand zich beledigd hoeft te voelen. We zien dingen fout lopen, we zien ze ontsporen, we zien ze branden, en toch blijven we erbij staan alsof het allemaal een toneelstuk is dat we al te vaak gezien hebben. We klagen, we zuchten, we vloeken, we wijzen, we morren. Uren, dagen, weken, maanden. Sommigen een heel leven. Het is een nationale sport, alleen zonder medailles en zonder publiek dat applaudisseert.
Er zijn grofweg drie manieren waarop een mens reageert wanneer de wereld weer eens doet wat de wereld altijd doet: tegenwerken. De eerste groep, en dat is meteen de grootste, klaagt steen en been. Ze maken van hun miserie een soort huisdier dat ze overal mee naartoe sleuren, ze wijzen op het probleem, zeggen dat iemand er iets aan moet doen, en als ze tot de politiek denkende klasse behoren, weten ze ook perfect wie dat moet zijn. Ze roepen het luid, beschuldigen iedereen van nietsdoen, schuldig verzuim en andere plechtige termen die vooral bedoeld zijn om indruk te maken op zichzelf. Het is begrijpelijk gedrag, menselijk zelfs, maar volslagen nutteloos. De wereld verandert er niet door. Ze wordt er alleen wat zuurder van. Deze mensen maken vijanden, verdelen iedereen in kampen en realiseren doorgaans niets. Hun verontwaardiging is een kampvuur dat vooral zichzelf verbrandt.
De tweede groep is kleiner. Zij halen de schouders op en zwijgen met een efficiëntie waar menig manager jaloers op zou zijn. Ze houden zich bezig met hun eigen zaken en hopen dat de bui wel overwaait. Het leven is te kort om zich overal druk in te maken, zeggen ze, en daar hebben ze niet eens ongelijk in. Ze wandelen door het leven alsof het een park is waar ze geen eigenaar van zijn. Ze zijn een doorn in het oog van de eerste groep, want mensen willen hun miserie gedeeld zien. Wie weigert mee te jammeren, wordt al snel verdacht.
En dan is er de derde groep. De kleinste. Dat zijn zij die iets doen. Niet altijd het juiste, maar ze bewegen tenminste. Ook binnen die groep zijn er drie soorten. De eerste subgroep ziet een probleem en denkt: daar valt geld uit te slaan. Ze zijn snel, slim en moreel flexibel, ze weven goud uit andermans ellende en noemen dat ondernemerschap. Ze zijn efficiënt, dat wel, maar hun bijdrage aan de wereld is vergelijkbaar met een pleister op een houten been.
De tweede subgroep ziet een probleem en stormt erop af met de beste bedoelingen. Ze willen helpen, echt waar, maar ze slaan zo wild om zich heen dat ze meer schade aanrichten dan het probleem zelf. Hte zijn de goedbedoelende terroristen van het dagelijks leven. Ze willen redden, maar vergeten te kijken wat ze omverduwen. Ze bedoelen het goed, maar ook goedbedoelde schade is en blijft schade.
En dan is er de laatste subgroep. De zeldzaamste. Dat zijn zij die een probleem zien en handelen zonder iemand omver te lopen. Ze doen iets dat werkt, al is het klein. Ze redden geen wereld, maar wel een stukje ervan. Het zijn de Martin Luther Kings en de Gandhi’s, ja, maar ook de moeder die extra boterhammen smeert voor het kind dat anders niets heeft. De man die in zijn vrije tijd vuilnis raapt in een natuurgebied. De vrouw die een buur helpt zonder er een foto van op sociale media te zetten. Het zijn de mensen die de wereld niet veranderen door grootse daden, maar door kleine dingen die blijven liggen als niemand ze oppakt.
De vraag is eenvoudig, bij welke groep wil u horen? Dat is geen lot, dat is een keuze. U bepaalt zelf hoeveel impact u wil hebben op de wereld om u heen, en vooral welke soort impact dat is. Ik schrijf dit niet om te moraliseren, al lijkt het daar misschien op. Ik schrijf het omdat ik de voorbije weken overspoeld werd door berichten, noodkreten bijna, naar aanleiding van stukken over klimaat, politiek en andere hete hangijzers. Mensen die zich zorgen maken, terecht, maar die blijven steken in zorgen. En zorgen zijn als water in een lekke emmer: ze blijven komen, maar je houdt er nooit iets aan over.
Om het eenvoudig te maken, stel u even het volgende voor. U zit met een grote groep in de tuin. De tuintafel helt lichtjes over. Wat doet u? Roept u: “Hé, vrienden, kijk eens naar de tafel!” Dan behoort u tot groep één, de meerderheid. Voegt u eraan toe: “Hendrik, doe er eens iets aan,” dan bent u een politiek denker. Negeert u het en denkt u dat het wel goed komt, dan bent u groep twee.
Maar loopt u zelf naar de tafel toe, dan bent u lid van de derde groep. En dan is het alleen nog de vraag wat u vervolgens doet. Neemt u snel uw lievelingshapje van tafel, dan hebt u alles in u om miljardair te worden. Veegt u alles van tafel om de tafel te redden, dan bent u klaar voor uw eerste aanslag. Maar houdt u gewoon de tafel recht en vraagt u de anderen om zichzelf te bedienen, dan hebt u iets gedaan dat zeldzamer is dan u denkt. Dan hebt u de wereld veranderd. Niet veel, maar genoeg om het verschil te maken tussen kniezen en leven.
En dat, beste lezer, is altijd beter dan blijven zitten met uw zorgen. Zorgen lossen niets op. Actie wel. Zelfs kleine actie. Zeker kleine actie. En als u twijfelt, lees dan gerust ook van de druppel en de emmer, want soms is één druppel precies wat een emmer nodig heeft om eindelijk te kantelen.