
En waarover zullen we het vandaag hebben? Voetbal misschien? Over hoe we na twee erbarmelijke vertoningen toch nog groepswinnaar zijn geworden, zoals een dronken man die in de goot valt en daar een gouden horloge vindt. Ik denk het niet. Ik ben geen voetbalfan. Twaalf overbetaalde drama-artiesten die anderhalf uur achter een bal aanlopen en, zodra ze hem eindelijk hebben, hun uiterste best doen om hem zo snel mogelijk weer weg te trappen. Het kan mij niet bekoren. U mag daar anders over denken. Er zijn mensen die ook postzegels met ontroering bekijken. Ik word er niet warm van, al is dat tegenwoordig een formulering die op medische bezwaren stuit.
Of politiek dan? De dramademocratie, zoals professor Maddens het in De afspraak noemde, waarbij elk onnozel feitje wordt opgepompt tot een parlementaire beschadigingsoperatie. Karaktermoorden, verdachtmakingen, verontwaardiging in zakformaat en andere afleidingsmanoeuvres worden uitgestald alsof het verse groenten zijn. Iedereen wijst naar iedereen, niemand houdt de schop vast, en aan het einde van de dag ligt er alleen wat meer modder op het tapijt. Daar loopt bijna niemand warm voor. Zelfs deze hittegolf moet ergens haar grenzen hebben.
De drie grote koppen in het nieuws zijn dus voetbal, hittegolf en politiek. Ik heb er geen puf voor. Het zegt mij vandaag niets. En dan zijn er nog de aardbevingen voor de Venezolaanse kust, met minstens 920 doden en meer dan 50.000 vermisten, volgens de berichtgeving. Dat is niet zomaar erg. Dat is een land dat kraakt, huizen die als karton in elkaar zakken, mensen die met blote handen in beton zoeken naar iemand die gisteren nog een naam had. Deze keer is het geen would-be dictator die levens vermorzelt, maar de natuur zelf, die ons overal ter wereld om de oren slaat of minstens op de vingers tikt. En toch is het een halve wereld weg. Geen kat die daar hier echt van wakker ligt, tenzij de kat toevallig familie heeft in Caracas.
Ja hoor, er gebeurt genoeg in de wereld. Meer dan genoeg. De aarde scheurt open, politici blaffen, voetballers vallen, weerkaarten kleuren donkerrood en ergens telt men doden alsof het voorraadbeheer is. Maar vandaag, vandaag raakt het mij niet waar het zou moeten raken. Ik ben te veel bezig met mijn eigen zweet, mijn vermoeidheid en het sproeien van mijn planten. Dat is klein, ik weet het. Belachelijk misschien. Maar een mens is zelden zo ruimhartig wanneer zijn hemd aan zijn rug kleeft en de basilicum slap in de pot hangt. Wat mij betreft is water geven vandaag een nuttiger bezigheid dan mij een hele dag opwinden over ellende waar ik niets aan kan veranderen. De wereld vergaat niet minder snel omdat ik er met droge keel over zit te fronsen. Misschien is dat laf. Misschien is het eerlijk. Het verschil tussen die twee is bij hitte moeilijk te zien. Wij zijn allemaal wereldburgers tot de ventilator stukgaat. Dan krimpt de beschaving tot de grootte van een glas water, een stukje schaduw en de vraag of de tomaten het halen tot morgen. Men kan daar grote woorden over plakken, maar die laten bij deze temperaturen ook los. Dus laat ik vandaag de grote verontwaardiging even in haar stoel zitten. Zij mag ook eens zweten.