URL has been copied successfully!

Besparen doet ge bij de buren

URL has been copied successfully!
besparen overheidsfinanciën België

Staatsfinanciën klinken als een achtenswaardig onderwerp. Zo een woord dat men best uitspreekt met een bril op en een glas water naast zich. In werkelijkheid is het een vuilniszak vol wensen, rekeningen, oude beloftes en bonnetjes waarvan niemand nog weet wie ze heeft ingediend. Niemand heeft er echt verstand van, maar iedereen heeft een oplossing. Dat is het mooie aan geld van iedereen, het voelt zelden aan als uw eigen portefeuille.

“Het is heel simpel,” hoorde ik een politicus op de radio zeggen. Daar begint meestal de ellende. Als iemand met veel overtuiging zegt dat iets heel simpel is, staat er gewoonlijk ergens een ingewikkelde rekening onder een natte doek te schimmelen. “Als ge op een paar dagen miljarden kunt vinden voor het leger, of voor zaken die men blijkbaar wél wil doen, waarom kan dat dan niet voor…” En daar mag u zelf invullen wat u die ochtend het meest dierbaar was, De Lijn, onderwijs, zorg, cultuur, pensioenen, veiligheid, een fatsoenlijk voetpad zonder enkelbreuk.

Dat ene zinnetje op de radio was genoeg om aan onze geïmproviseerde toog een discussie los te slaan. Wij stonden daar, een zwetende troep goedbedoelende sukkelaars, dicht genoeg op elkaar om elkaars deodorant te wantrouwen, en begonnen de staatskas te ontleden alsof zij een varken op een plank was. Verkoeling bracht het niet. Integendeel. Sommige gesprekken verhogen de temperatuur zonder dat de zon daar nog moeite voor hoeft te doen.

Al naargelang welke voorgekauwde onzin men ’s ochtends bij het ontbijt had genuttigd, kwamen de oplossingen uit de monden rollen. Minder politici betalen, uiteraard. “Dat ze daar eens mee beginnen.” En natuurlijk: “Wij hebben veel te veel politici, nergens hebben ze er zoveel.” Het zijn zinnen die lekker bekken. Ze hebben de voedingswaarde van een frituurbonnetje, maar ze vullen even de maag.

Alleen is het idee dat België buitensporig veel betaalde politici heeft vooral een stuk prietpraat met slechte schoenen. De virale cijfers die ons tot Europees circus uitroepen, blijken misleidend, opgeblazen of gewoon uit een digitaal rookgat gekropen. In gestandaardiseerde vergelijkingen loopt België niet voorop, maar ergens in de middenmoot. Dat maakt het systeem niet heilig. Het maakt alleen de slogan vals. En een valse slogan blijft vals, ook wanneer hij uitstekend in hoofdletters past.

Dat gezegd zijnde, er is een probleem. België heeft een tekort dat zelfs in Europa opvalt, en daar zitten nochtans landen tussen die hun kas beheren alsof zij met lucifers in een hooischuur wandelen. Volgens recente cijfers zat België met het grootste begrotingstekort van de eurozone. Dat is geen klein administratief kuchje. Dat is een gat in de muur waar nog altijd tocht door komt, ook als men er een vlag voor hangt. Het land zal er morgen niet van stilvallen. Landen vallen zelden stil, ze gaan gewoon verder terwijl de factuur dikker wordt. Maar oplossen zal moeten. Niet met een spreuk, maar met een mes. En iedereen wil dat mes graag vasthouden tot het naar zijn eigen kant wijst.

Besparen op “de staatsstructuren” is dan het eerste nette woord dat uit de kast komt vallen. Minder ambtenaren, minder regels, minder formulieren, minder loketten, minder van alles wat men niet nodig heeft tot men het nodig heeft. Laat er nu net twee ambtenaren tussen onze zwetende groep staan. Natuurlijk wilden zij niet besparen op hun eigen loon en voordelen. Dat zou pas ongezond idealisme zijn. Bovendien hadden zij bergen werk en steeds minder volk, zeiden ze. Als domme buitenstaander dacht ik even dat daar misschien iets aan te doen viel. Geef die mensen minder werk. Er bestaan computers, AI en gezond verstand. Vooral dat laatste ligt al jaren ergens onder een stapel procedures te wachten op behandeling.

Maar naast mij stond iemand van de vakbond. Mijn suggestie, goed bedoeld en dus kwetsbaar, schoot hem in het verkeerde keelgat en bleef daar blijkbaar met weerhaken steken. Ook dat was dus geen oplossing. Voor hem moest er een grotere bijdrage komen van de superrijken. Dat was eerlijk. Fair. Rechtvaardig. Woorden met een gladde jas. Het feit dat tal van experts erop wijzen dat zulke opbrengsten vaak kleiner zijn dan gehoopt, en dat landen die ermee experimenteren er soms stilletjes van terugkomen, maakte weinig indruk. Het klonk te goed. En wat te goed klinkt, hoeft voor sommigen niet langer langs de werkelijkheid te passeren. De werkelijkheid is toch maar een boekhouder met slechte manieren.

Daarna kwam, onvermijdelijk als schimmel in een slecht verluchte badkamer, de migratiefactuur op tafel. Iemand had ergens gelezen, gehoord of van een scherm geplukt dat de hele begroting vanzelf zou genezen als men maar ophield met geld uit te geven aan vreemdelingen. Een handig stukje toverboekhouding. Ge plakt een gezicht op het tekort, liefst een donker of buitenlands gezicht, en plots hoeft niemand nog naar zijn eigen bord te kijken. Dat er werkende migranten zijn die belastingen betalen, kinderen die hier opgroeien, mensen die vluchten voor oorlog en ellende, en een arbeidsmarkt die op sommige plaatsen piept om handen, stoorde de rekenaars niet. Nuance is zwaar gereedschap. Aan de toog werkt men liever met een kapmes. De migratiefactuur werd dus rondgedragen als een vuil bord waarop iedereen zijn eigen gierigheid even mocht parkeren en er toch nog fatsoenlijk bij kijken.

Zo gingen de voorstellen rond. Iedereen vond dat er iets moest gebeuren. Dat was de consensus, en consensus is aangenaam zolang zij geen naam op de factuur zet. De ene wees naar politici, de andere naar ambtenaren, nog iemand naar rijken, vreemdelingen, werklozen, zieken, profiteurs, structuren, kabinetten, premies, subsidies of een of ander potje waar volgens hem vast miljoenen in lagen te rotten. Niemand wees naar zichzelf. Daarvoor waren de armen te kort of het geweten te goed verstopt.

Besparen? Dat wou iedereen. Tenminste zolang men zelf niet getroffen werd. Zodra het mes dichterbij kwam, bleek het plots bot, onmenselijk, onverantwoord, juridisch moeilijk, sociaal onaanvaardbaar of economisch kortzichtig. Dat kan allemaal waar zijn. Het probleem is dat het voor iedereen waar wordt zodra het zijn eigen vel raakt. Zo eindigt elke begrotingsdiscussie weer waar zij begon: rond een toog, met warme lijven, grote woorden en een rekening zonder eigenaar. Besparen, beste mensen, doet ge bij de buren.

U kan de weekteksten steeds gratis downloaden via het winkeltje

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info