URL has been copied successfully!

God rijdt op twee wielen

URL has been copied successfully!
Tour de France wielrennen voetbal

Waarom, zo vraagt men mij, schrijf ik niets over het WK voetbal? Daar is toch iedereen mee bezig, of niet? Neen. Ik niet. Voetbal blijft voor mij een vreemd ritueel met gras als altaar, negentig minuten als boetedoening en miljoenen mensen die na afloop ernstig napraten over het feit dat een bal meestal niet deed wat men ervan hoopte. Men noemt dat passie. Ik noem het volharding in teleurstelling, maar ik ben dan ook een moeilijk mens.

Ge zet twee ploegen volwassen mannen op een veld. Allen worden royaal betaald om met hun voeten iets te doen wat met handen veel eenvoudiger zou zijn. Zodra iemand eindelijk de bal heeft, werkt hij er hard aan om hem weer kwijt te raken. De rest loopt intussen in patronen die blijkbaar diepzinnig zijn voor wie daar aanleg voor heeft. Voor de buitenstaander lijkt het vooral op een verhuizing zonder meubels, met veel geroep, enkele shirtsponsors en weinig resultaat.

Het doel is eenvoudig, zegt men. De bal moet in een net. Daarvoor heeft men anderhalf uur, grensrechters, camera’s uit alle hoeken, een stadion vol keelgat en commentatoren die in elke pass een morele ontwikkeling zien. Meestal lukt het nauwelijks. Een match kan op nul-nul eindigen en toch wordt achteraf beweerd dat er veel te beleven viel. Dat is bewonderenswaardig. Ook een lege soepketel kan men uitvoerig bespreken, als men er beroepshalve naast staat en voldoende grafieken bij de hand heeft.

Het meest absurde is niet eens dat er zo weinig gebeurt. Het meest absurde is de ernst waarmee het niets wordt omkleed. Mannen vallen neer alsof ze op een landmijn zijn gestapt, kijken tussen hun vingers door of de scheidsrechter het gezien heeft, staan na het fluitsignaal weer op en sprinten verder als pas uitgegeven herten. Supporters brullen alsof hun dorp wordt geplunderd, terwijl er in werkelijkheid iemand naast een witte lijn zijn enkel heeft vastgenomen met de overtuiging van een stervende zwaan. Er is theater, zeker. Alleen ontbreekt meestal het stuk.

En dan de analyses achteraf. Daar wordt met pijlen, cirkels en woorden als “druk zetten” en “tussen de lijnen” uitgelegd waarom tweeëntwintig mensen er niet in slaagden een bal drie keer fatsoenlijk naar hetzelfde kleur hemd te krijgen. Men noemt dat tactiek. Een ander zou zeggen dat het georganiseerde verwarring in korte broek is, met een bord vol krijtstrepen om de leegte gewicht te geven.

Toch heeft voetbal één voordeel. Het toont de mens zoals hij is, bereid om uren te kijken naar bijna niets, zolang er maar een scorebord bij hangt en iemand anders even de schuld kan krijgen. De scheidsrechter, de bondscoach, de keeper, het gras, de VAR, het noodlot. Het is altijd prettig wanneer mislukking een adres heeft.

Maar ik laat het niet aan mijn hart komen. De Tour is immers weer vertrokken. Gisteren, om precies te zijn. Dat betekent dat wij drie weken lang mogen kijken naar magere mannen die vrijwillig bergen oprijden waar een normaal mens zelfs met een auto nog eens over nadenkt. Zij doen dat in lycra, met geschoren benen, een hartslag waar een arts voorzichtig van zou gaan zitten en de blik van iemand die al halverwege zijn laatste gedachte is. Geen grasveld met toneelkreten, maar asfalt dat omhoog kruipt als een vijand die niet moe wordt.

En toch is wielrennen, laat ons eerlijk zijn, een prachtige sport. Niet omdat zij gezond is. Gezonde sporten duren geen vijf uur en eindigen niet met mannen die eruitzien alsof zij uit een zoutmijn zijn gekropen. Wielrennen is mooi omdat het arbeid toont zonder veel schmink. Een weg, wind, hitte, regen, modder, asfalt, een fiets en een lijf dat langzaam leegloopt. Geen theater van stervende zwanen bij elke aanraking. Geen grasaltaar waarop men negentig minuten rond het niets danst. Hier valt men echt, bloedt men echt, lijdt men echt, en als men niet meer kan, rijdt men soms toch nog verder. Dom misschien. Maar dan tenminste groots dom, met longen vol vuur en benen die hun ontslag al drie cols geleden hebben ingediend.

De Tour is het jaarlijkse bewijs dat de mens niet alleen gemaakt is om op een stoel naar schermen te staren en zichzelf verstandig te noemen. Hij kan ook drie weken lang zichzelf uitwringen over Franse wegen, tussen lavendel, rotspartijen, reclamekaravanen en mensen die in onderbroek langs de kant staan te roepen alsof hun familiebezit wordt verdedigd. Dat is belachelijk, natuurlijk. Maar het is belachelijk met stof, zweet en geschiedenis aan de ketting. En dat verdient, in deze tijden van veel lawaai en weinig inspanning, bijna eerbied.

Voetbal is een volksspel dat zich heeft vermomd als wereldreligie en sindsdien vooral bezig is met zijn eigen gewaden. Wielrennen heeft minder wierook nodig. Daar rijdt de godensport gewoon voorbij, op twee dunne banden, met pek aan de weg, zout op de huid en de dood heel even hijgend in het wiel. De voetballer vraagt applaus omdat hij een tik kreeg op zijn kous. De renner vraagt niets. Hij buigt over zijn stuur, slikt stof, spuugt pijn en klimt verder. Als er dan toch een sport een kathedraal verdient, laat haar dan langs een bergweg staan, met een bidon op het altaar en een ketting die kraakt als een oud gebed.

U kan de weekteksten hier gratis downloaden als .pdf

Teken in voor de nieuwbrief

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info