
Ja hoor, ik had het kunnen weten. Sommige verwachtingen komen zo trouw uit dat men ze haast met Kerstmis een kaart zou sturen. Het stuk over de kiwimaffia en het quinoakartel afgelopen zaterdag heeft mij een keurige berg boze mails opgeleverd. Berichten van mensen die, met de bezieling van pas bekeerde darmapostelen, mij wilden overtuigen van mijn domheid en van de dringende noodzaak om de goede raad toch maar op te volgen. Goede raad, tussen aanhalingstekens dan. Het soort raad dat meestal gratis wordt aangeboden tot ge de potten, poeders en abonnementen begint te betalen.
Het ging van de genezende eigenschappen van kiwi’s tot wat men met enige soepelheid een analyse van paleodiëten, Montaignac, supplementen en proteïnepoeders zou kunnen noemen. Ge kunt het u voorstellen, en als ge het u niet kunt voorstellen, prijs u dan gelukkig. Als ik die berg onzin moest geloven, val ik binnen enkele weken dood neer aan tekorten allerhande, vermoedelijk nog vóór mijn boterham de kans krijgt zich te verdedigen. Ik heb die voorraad adviezen aan een voedingsdeskundige voorgelegd. Ja, soms moet ge uw pesterijen delen. Volgens iemand die daar jaren voor gestudeerd heeft en bijna dertig jaar beroepsmatig met voeding bezig is, leveren veel van die raadgevingen vooral twee dingen op, een lichtere portefeuille en een lichaam dat zich afvraagt waarom het gestraft wordt.
Soit. Over gezonde voeding ga ik hier verder niet de hogepriester uithangen. Daarvoor heb ik noch de roeping, noch het diploma, noch een wit keukeneiland met ringlamp. De raad die ik meekreeg was onthutsend eenvoudig: eet zo onbewerkt mogelijk, eet gevarieerd, en wantrouw iedereen die beweert dat uw verlossing in één pot, poeder of verboden voedingsmiddel zit. Meer spektakel zit er niet in. Dat is jammer voor de verkoop, maar meestal goed voor de mens. Al de rest is, weeral volgens iemand die echt verstand van zaken heeft, op zijn best overbodig lawaai en op zijn slechtst gevaarlijke onzin met een etiket.
Maar ik wil niet discrimineren in mijn kruistocht tegen onzin. Voeding is maar één kraam op de jaarmarkt van het bedrog. TikTok, YouTube, Facebook, Instagram: ze staan vol met waanzin die zich heeft aangekleed als inzicht. Achter accounts met zwaarwichtige namen, zelfverzonnen titels en logo’s die net professioneel genoeg zijn om de argwaan te verdoven, wordt dagelijks een nieuwe vracht zekerheid uitgestort. En neen, getrouw aan mijn gewoonte noem ik geen namen. U kunt ze zelf makkelijk genoeg vinden. Ze lopen niet weg. Onzin is taai wild.
Van beleggingsgoeroes tot fitnessapostelen, van sportexperts tot zelfverklaarde voedingsdeskundigen, van pseudopsychologen tot mannen die na drie boeken en één podcast de menselijke ziel menen te kunnen openleggen als een blik sardienen: iedereen is tegenwoordig specialist. Of beter, iedereen kan eruitzien als specialist. Een vaste blik, een microfoon, een grafiek zonder bron, een zin die begint met “onderzoek toont aan” en nergens eindigt. Veel van die ideeën lijken ontstaan op een zatte avond, daarna opgewarmd in een spreadsheet en ten slotte als clickbait opgediend met een saus van urgentie. En toch is dat niet alleen hun fout.
Iedereen heeft, binnen de grenzen van wet en fatsoen, het recht om zijn ongefundeerde waanzin als diep inzicht aan te prijzen. Dat is de prijs van vrije meningsuiting en vrijheid komt zelden zonder schurftige bijwerkingen. Maar laat ons eerlijk zijn: een groot deel van wat wij dagelijks bekijken, beluisteren en achteloos doorsturen, hoort thuis in de rommelhoek tussen fake news, fake science en handige zelfverrijking. Anekdotes worden verkocht als bewijs. Eigen ervaringen worden op een sokkel gezet en tot universele waarheid uitgeroepen. Eén gelukte belegging maakt iemand financieel ziener. Eén verloren kilo maakt iemand voedingsprofeet. Eén burn-out en een notitieboekje vol dure woorden volstaan blijkbaar om de mensheid te begeleiden naar haar innerlijke schuur.
Het doel is zelden waarheid. Waarheid is immers traag, lastig te vinden en slecht te monteren in een filmpje van zevenendertig seconden. Het doel is uw tijd. Uw aandacht, uw klik, uw twijfel, als die toevallig geld oplevert. En wij worden er zo gul mee volgegoten dat controleren bijna een dagtaak wordt. Dus doen we het niet. We geloven wat in onze kraam past, delen wat ons gelijk streelt, en lopen daarna verder met een hoofd vol fouten, netjes verpakt als overtuiging. Men kan daar boos om worden. Men kan er ook gewoon naar kijken en vaststellen dat de mens, eenmaal aangesloten op wifi, niet noodzakelijk verstandiger wordt, maar alleen sneller fouten als waarheden gaat accepteren.
Maar die gesjeesde filmpjes gaan nog verder. Er zijn mensen die hun hele leven op de digitale straat uitstallen. Of beter, hun zorgvuldig gefilterde idee van een leven, met het vuilnis buiten beeld en de wanhoop in een lade. De werkelijkheid ziet er doorgaans minder fraai uit. Ik heb ooit een paar van die influencers van dichtbij gezien. Niet als bedevaart, eerder zoals men een fabriekshal bezoekt waar worsten worden gemaakt. Daarna smaakt het toch anders. Zij willen graag gezien worden als specialist, medemens, vriend aan huis, als iemand die toevallig net dezelfde keukentafel heeft als gij maar wel een betere kortingcode. Alleen praten zij niet zoals vrienden praten. Zij praten zoals verkopers die hun verkleedkleren nog aanhebben.
Achter het scherm gaat het niet over waarheid, inzicht of zorg voor uw arme verdwazende ziel. Daar spreekt men over nichemarkten, turnover, return, investering per klik en andere terminologie die ik ooit dacht voorgoed achter mij te hebben gelaten, keurig begraven onder een laag oud kantoorstof. Het zijn businessmodellen, al die grote woorden, al die verontwaardiging, al die zogezegde ontmaskeringen. Vaak geloven ze er zelf nog geen tiende van. Ze jagen u op, zoeken spektakel, rekken twijfel uit tot er reclame tussen past en willen vooral likes, kliks en bereik. Dat brengt geld op. Veel geld soms. En als daarvoor wat waarheid moet worden platgereden, ach, dan lag die blijkbaar in de weg.
“Ze doen er toch niemand kwaad mee?” Dat zinnetje wordt vaak opgediend als lauw water bij een aangebrande maaltijd. Maar wat met de mensen die hun dwaze adviezen volgen en hun gezondheid, geld of verstand op de tocht zetten? Wat wanneer men, puur voor spektakel en aandacht, namen begint rond te strooien van mensen die ergens van verdacht worden? En wat als men het fout heeft? Dan is de schade geen abstract begrip meer. Dan heeft zij een voordeur, kinderen op school, buren die kijken en een naam die niet meer van het internet geschraapt raakt.
Vrijheid van meningsuiting wordt dan misbruikt als gereedschap om andermans leed te ontginnen, zonder zelf de modder aan de schoenen te willen voelen. Business is business. Die zogenaamde anti-establishmentfiguren zijn geen buitenstaanders meer. Zij zijn een kraam op dezelfde markt, alleen met meer rook, goedkopere lampen en luidere muziek. Onzin verkopen is een uitstekend model. Ge kunt er volgers mee kopen, boeken mee slijten, zalen mee vullen en, als ge groot genoeg liegt, in sommige landen zelfs president mee worden. Kijk gerust rond. Het decor staat er al.
Ik oordeel niet graag over andermans bezigheden. Dat staat altijd zo proper in de mond van iemand die op het punt staat dat toch te doen. Maar wanneer men vertrouwen verkoopt als koopwaar, leugens verpakt als moed en andermans miserie gebruikt als brandstof voor bereik, dan zijn we voorbij het onschuldige gekeuvel. Wij gewone mensen zouden dat oplichting noemen, misbruik van vertrouwen, handel in beschadiging. Alleen moet ge voorzichtig zijn met zulke woorden. Hun volgers staan vaak klaar als een digitale schutterij. Dan geldt vrijheid van meningsuiting plots niet meer voor wie een leugen aanwijst. Dan wordt een gefundeerde kritiek laster, een vraag een aanval en waarheid een gebrek aan respect. Zo sluit de markt zich keurig rond haar eigen vuil. De kassa rinkelt. De beerput krijgt een ringlamp.