URL has been copied successfully!

Daar zijn de solden weer

URL has been copied successfully!
solden

Het zijn weer solden. Dat jaarlijkse volksfeest waarbij de mens zijn verstand in de kleedkamer achterlaat en met de rest van zijn lichaam de winkelstraten in stormt. Iedereen die een partner of kinderen heeft die zo nu en dan getroffen worden door het ik‑moet‑het‑hebben‑virus, kent het verschijnsel. Hittegolven, lege bankrekeningen, morele bezwaren, niets houdt hen tegen. We storten ons als een licht gedrogeerde kudde op schoenwinkels, kledingzaken, koopjeshoeken en outlet‑ruimtes waar de geur van polyester en wanhoop zich vermengt tot een parfum dat men blijkbaar onweerstaanbaar vindt. Online of fysiek, het maakt niet uit, zolang het maar “-30%” knippert.

Wie het lef heeft om even op een terras te gaan zitten, ziet het spektakel voorbij schuifelen. Mensen met zes zakken uit zeven winkels, volgeladen alsof ze een humanitaire missie uitvoeren. Kinderen die jengelen als slecht geoliede winkelkarretjes. Een man die wild gesticuleert naar zijn vrouw, omdat een andere kerel het lef heeft om in volle zon met een leren jas te pronken die hij wilde kopen. Tieners die sprinten naar een winkel die “unieke stukken” verkoopt, uniek in de zin dat er nog 400 van in het magazijn liggen. Het is een optocht die elke televisiezender zou jaloers maken, ware het niet dat dit gratis is en beter geacteerd.

Maar wat wilt ge? Het is vakantie. De solden zijn begonnen. Het vakantiegeld brandt in de zakken en moet uitgegeven worden, want anders zou men moeten toegeven dat men eigenlijk geen idee heeft hoe men met geld moet omgaan. Daarom geven we het uit aan dingen die goedkoper lijken dan ze waren, maar duurder zijn dan ze zouden moeten zijn. Laat die zin even bezinken. Hij klopt. Het heeft mij ook een paar koffies gekost om hem te laten landen.

Wat ik mij dan afvraag, is waarom. Wat maakt dat we tweemaal per jaar in een soort koopkramp schieten, alsof de wereld vergaat als we niet minstens drie T‑shirts en een paar schoenen kopen die we niet nodig hebben? Is het de illusie dat we een koopje doen? De angst dat we te weinig spullen hebben? Of zijn we de detailhandel zo goed gezind dat we met plezier een deel van ons zuurverdiende vakantiegeld cadeau doen? Een soort vrijwillige belasting, maar dan zonder administratie.

Misschien zie ik het verkeerd. Misschien is het gewoon een ritueel, zoals smoutebollen op de kermis. Een herkenningspunt dat de vakantie begonnen is. Een manier om te zeggen: kijk, ik leef nog, ik koop nog, ik besta nog. Het voordeel is wel dat je rustig een koffie kan drinken, dat er plaats is op het terras en dat je een betere show hebt dan welke circusclown ook maar kan bedenken. Het menselijk dier in zijn natuurlijke habitat, met een zak in elke hand en een schuldgevoel dat pas ’s avonds komt, afgeleverd bij zonsondergang.

En straks, als de kalmte wat in de straten is teruggekeerd, zo net voor sluitingstijd, zal ik zelf ook maar eens gaan kijken of er nog iets te vinden is.  De vele draagtassen van de passanten zeggen van niet, maar ik weet wel beter, er liggen nog magazijnen vol met koopjes. Die handelaars moeten immers ook nog wat verdienen.

Ge kunt inschrijven op de nieuwsbrief

Maar ge kunt ook gratis de weekteksten downloaden in het winkeltje

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info