URL has been copied successfully!

De energiefactuur als morele thermometer

URL has been copied successfully!
energiefactuur klimaatbeleid

Wilt ge eens wat weten? Iedereen wil vergroenen. Nu toch, nu de warmte aan de lippen staat en zelfs de straatstenen eruitzien alsof ze liever in pensioen gingen. Dat klinkt natuurlijk goed. Groen is een vriendelijke kleur, zolang ze op affiches staat, op conferentiemappen, op websites van partijen en in de mond van mensen met waterkaraffen op tafel. Maar zodra het groen aan de meterkast begint te knagen, wordt de zaak minder poëtisch. Dan heet het plots niet meer transitie, maar factuur.

Het was een gesprek tijdens de ochtendwandeling dat mij aan het denken zette. Ik liep op met iemand uit de buurt, die de hele zonsopgang lang klaagde over zijn energiefactuur. Hij had eindelijk zonnepanelen gelegd. Een goede investering, zei hij. Zelfs met de aankondiging dat elektriciteit in 2028 iets goedkoper zou worden, was er volgens hem geen ontkomen meer aan. En gas dan? Nog duurder. Mensen hebben geen keuze meer, wist hij mij te vertellen. Ge moet wel, of ge betaalt u blauw. Dat is toch geen democratie meer. Geen vrije keuze. En dat zei iemand met een eigen huis. Zijn dochter daarentegen, die in de stad woont en huurt…

Elektriciteit goedkoper, gas duurder. Op papier is dat eenvoudig. Op papier zijn de meeste dingen eenvoudig. Papier woont niet in een rijhuis uit 1958 met enkel glas, een oude ketel en tocht die door de kieren naar binnen komt alsof hij nog huurrecht heeft. Papier kent geen huurder die niets mag veranderen, geen gepensioneerde met een gasstoof, geen gezin dat wel wil maar eerst moet rekenen tot de cijfers beginnen te bloeden.

En dan begint het grote morele rekenen. De buur heeft zonnepanelen en kijkt naar zijn app alsof hij een kleine kerncentrale bestuurt. Een ander heeft een warmtepomp en spreekt daarover met de ingetogen trots van iemand die zijn geweten op afbetaling heeft gekocht. Nog iemand woont in een huis dat tocht als een open biechtstoel en krijgt te horen dat hij vooral moet investeren. Investeren. Dat mooie woord waarmee mensen zonder geld vriendelijk naar de uitgang worden begeleid.

Iedereen wil beleid, zolang het bij voorkeur bij iemand anders binnenwaait. We willen een beter klimaat, lagere uitstoot, minder gas, meer elektriciteit, propere lucht, toekomst voor de kinderen en liefst ook nog een terrasverwarmer in oktober. De mens is tot veel bereid, zolang de bereidheid niet op de jaarafrekening verschijnt.

Daar zit de pijn. Niet in het idee dat gas duurder en elektriciteit goedkoper wordt. Daar valt iets voor te zeggen. Het probleem begint wanneer we merken dat ongelijkheid geen fantasie is, maar een muur met echte stenen. Voor de tien procent rijksten is dat allemaal geen probleem, zei mijn wandelgenoot. Die kunnen investeren, isoleren, panelen leggen, een warmtepomp plaatsen en daarna op recepties vertellen dat de transitie kansen biedt. Maar wat met mensen als zijn dochter? Zij huurt, ze mag niet verbouwen, niet isoleren, niet beslissen. Zij mag alleen betalen. Of een jaar niet op vakantie gaan en het zelf doen, zei hij. Maar de kinderen dan?

En daar werd het interessant. Niet omdat hij ongelijk had. Integendeel. Binnen onze grenzen is die redenering behoorlijk juist. De rijkste tien procent heeft bredere schouders, meer dak, meer spaargeld en meestal ook meer manieren om subsidies op te rapen vóór een ander weet dat ze gevallen zijn. Het is niet onredelijk om van hen een grotere bijdrage te vragen. Wie met droge voeten op de hogere verdieping staat, moet niet klagen dat hij de emmer moet doorgeven.

Alleen stopt de wereld niet aan de gemeentegrens, hoe graag wij dat soms ook zouden willen. Mondiaal bekeken staan wij zelf opvallend vaak op die hogere verdieping. Wij, de brave middenklassers met onze oude ketels, onze energiefacturen, onze vakanties die misschien een jaartje moeten wijken, onze smartphones, onze auto’s, onze volle koelkasten en onze klachtwaardige maar nog altijd verwarmde huizen. In ons land kijken wij naar de tien procent rijksten en zeggen wij: gij moet meer doen. Wereldwijd kijkt een groot stuk van de mensheid naar ons en zou, met evenveel recht, hetzelfde kunnen zeggen.

Dat is de plek waar het helemaal ongemakkelijk wordt. Wij willen dat de elite hier betaalt, en daar valt iets voor te zeggen. Maar zodra wij zelf, op wereldschaal, tot de comfortabele bovenlaag behoren, beginnen we onze armoede fijner te formuleren. Dan heet het plots nuance. Dan zeggen we dat ook wij het moeilijk hebben. Dat klopt soms. Moeilijkheden zijn niet exclusief voor armen. Maar het blijft eigenaardig hoe snel ons rechtvaardigheidsgevoel krimpt wanneer de vinger van richting verandert en niet langer naar de villa op de heuvel wijst, maar naar ons eigen rijhuis met tochtgat, wifi, airco en diepvries.

De energiefactuur is daarom geen rekening alleen. Zij is een morele thermometer. Ze meet niet alleen verbruik, maar ook hoeveel principe een mens overhoudt zodra zijn eigen comfort begint te roken. En kijk, de temperatuur loopt snel op. Beleidsmakers spreken over stimulansen. Burgers spreken over afrekening. De waarheid zal wel ergens in de kruipruimte liggen, tussen de oude leidingen en een vergeten subsidieformulier.

Misschien moeten we daar eerlijker over zijn. Vergroenen zal geld kosten. Niet alleen aan de ander, niet alleen aan “de vervuiler”, niet alleen aan de buur met zijn slecht afgestelde ketel. Ook aan ons. Wie eerlijk vindt dat de rijkste tien procent in België meer moet bijdragen, moet minstens durven kijken naar de plek waar wij zelf staan op de wereldladder. Dat is geen leuke spiegel. Hij staat te laag, het licht is slecht en de vlekken zitten niet allemaal op het glas.

Maar als we willen dat mensen meegaan, moeten we ophouden alsof elke woning een spreadsheet is en elk gezin een investeringsvehikel met dakpannen. Sommige mensen hebben geen transitiepad. Die hebben een tochtgat. En sommige mensen elders hebben niet eens een muur om dat tochtgat in te hebben.

En een tochtgat dicht ge niet met een slogan. Ook niet wanneer de slogan groen is.

Ga eens neuzen in het winkeltje, alles kost er nul euro

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info