
Zowat elke dag, ge hoeft de radio of de tv maar open te zetten, hoort ge wel een zelfverklaarde specialist over om het even welk onderwerp zijn ongenoegen uitbraken. Een weg die verkeerd is aangelegd. Beukenbomen in de Kastanjelaan. Slimme mensen die weten hoe de begrotingsput moet worden dichtgestort. Visionaire politici die onze veiligheid gaan waarborgen met een gezicht alsof zij persoonlijk het slot op de voordeur hebben uitgevonden.
Een mens wordt dat beu. Iedereen heeft overal oplossingen voor, maar niemand wil met een schop in de put gaan staan. Het is zoals op het werk, waar iedereen precies weet hoe een ander zijn werk moet aanpakken, terwijl de eigen rommel onder het bureau ligt te gisten. Na jaren aanzien heb ik besloten dat soort dingen te negeren. Ze maken een mens niet vrolijk en ze duwen de wereld geen millimeter vooruit. Als ge met spreken niet meer verandert dan met zwijgen, dan zwijgt ge best.
Bovendien is het zinloos om over elk probleem dat ge ziet te gaan roepen en tieren. Zelfs als ge gelijk hebt, lost ge er niets mee op. Ge wordt gewoon een ambetante lawaaimaker waar niemand nog naar luistert, een kraai op een dakgoot. Spreken moet ge dus spaarzaam doen, en liefst met een grote groep tegelijk. Kwestie van een megafoon te hebben. Maar wanneer doet ge dat? Er wordt zoveel geroepen, meestal door mensen die vooral hun eigen kraam komen beschermen, dat een mens zich afvraagt of er nog ergens een stem is die niet eerst in haar eigen zakken heeft gevoeld.
En dan hoort ge dat de nederzettingenpolitiek van Israël, ge weet wel, die aanpak waarbij ge uw buren eerst verrot slaat en vervolgens hun tuin en huis inpikt zonder dat iemand u tegenhoudt, nu ook in Gaza toegepast zou worden. Dat kleine stukske kust, waar mensen al als vee bijeen worden gedreven, kapotgemaakt en onder het stof gelegd, moet blijkbaar ook nog eens van zijn grond worden ontdaan. Alsof er na de slacht nog iemand met een meetlint door het slachthuis wandelt om te zien waar hij een veranda kan zetten.
Dat is zoiets als uw buur die vindt dat uw hof van hem is. Ge moogt hem in het verleden al eens een peer gestoofd hebben, maar dat geeft hem nog niet het recht om uw perenboom te komen inpikken, met wortel en al, en nadien te zeggen dat hij altijd al wat scheef stond. Wat doet ge dan? Juist, ge belt de flikken. Maar wat als er nu eens geen politie is om u te beschermen? Geen rechter om uw buur eens duchtig de oren te wassen? Zou het dan niet fijn zijn als uw andere buren ook eens hun mond opendeden? Hoe zou het voelen als zij erbij stonden en ernaar keken, zonder een woord, zonder een stap, misschien met de handen al in de zakken omdat tussenkomen zo ongemakkelijk staat?
En, beste lezers, hoe ziet het volgende buurtfeest er dan uit? Gaat ge daar nog tussen staan met een lauwe worst in de hand en doen alsof er niets aan de hand is? Of blijft ge weg en spuugt ge thuis in gedachten in de punch? Wordt het niet stilaan tijd? Moeten we niet eens iets zeggen? Daar gebeurt iets wat levens voor generaties verwoest, en wij staan erbij. Wij kijken ernaar. Wij hebben niet eens de moed om onze mond open te trekken. Fijne buren zijn wij. Zeer fijn. Men zou ons bijna uitnodigen.