
Zondag is tegenwoordig zo een verloren dag die aan het einde van de week bengelt als een losse knoop aan een jas. Er was een tijd waarin ge op een zondag met zijn allen uw beste kleren aantrok. Ge ging samen naar de hoogmis en vervolgens wat drinken in het parochiehuis om wat te keuvelen met buren en vrienden. Niet omdat er zoveel te vertellen was, maar zwijgen was vermoeiender, ge kont immers nog geen spellekes gaan spelen op nen smartphone die nog niet bestond.
En zo rond een uur of een gingen we met zijn allen naar huis, bij bompa, om met tantes en nonkels, neven en nichten samen te eten. De namiddag werd ingekleurd door spelen in de tuin, praten over zaken die genoeg gewicht hadden om op de zondag te wachten, kijken naar koers of voetbal. En dan, in de late namiddag ging iedereen naar huis in de vaste zekerheid dat de week voorbij was. Er was een deftig punt achter gezet en ge waart klaar om er weer een week in te vliegen.
Vandaag is zondag een ander soort dag, een soort verloren moment waarop ge u schuldig voelt als ge niet het gras gaat maaien, naar de winkel loopt of zelf niet moet werken. Onze beste kleren trekken we al lang niet meer aan, het is een casual day geworden. Een dag wat die zijn waardigheid heeft uitgetrokken en de joggingbroek aangeschoten Familie bezoeken wordt moeilijk, met al die nieuw samengestelde gezinnen, conflicterende agenda’s en velen die moeten gaan werken. En de mis, wel veel volk ziet ge daar niet meer.
De parochiehuizen zijn gewone cafés geworden waar er in de eerste plaats omzet gedraaid moet worden. Voetbal en koers zijn er nog wel, maar de beleving is helemaal anders geworden, meer schermen, meer lawaai en meer belangen dan die van de supporters alleen. En neven of nichten, we zien ze nauwelijks nog, behalve bij begrafenissen, waar iedereen dan verbaasd ontdekt dat de kinderen groot zijn geworden en de volwassenen oud. De zondag is een soort maandag in vermomming geworden. Het is uw eerste werkdag van de week, maar dan voor velen niet op het werk.
Klussen, uitslapen, koffiekoekskes gaan scoren, alles in de auto smijten om met de kinderen ergens naartoe te gaan. En tegen de avond komt ge hondsmoe thuis, blij dat ge de volgende dag weer kunt gaan werken, om een beetje te bekomen. Neen, zondag is een kale dag geworden, uitgeleefd en volslagen overbodig. Van een rustig merkpunt op het einde van de week werd het een commerciële processie. Van winkelcentrum hier, naar fastfoodrestaurant daar en ergens daartussenin moet er ruimte gemaakt worden voor een speeltuin, zwembad of pretpark, waar ge met zijn allen probeert de dag te overleven.
Neen, zondagen zijn niet meer wat ze geweest zijn. Die ene dag die we voorbehielden voor onze eigen rust en om gewoon eens met elkaar te praten, elkaar te steunen en even tot rust te komen. Ook die hebben we gecommercialiseerd. Want er moet gewerkt worden op zondag, de centen moeten rollen. Iemand moet eraan kunnen verdienen, wat voor nut heeft een dag anders?