
We zijn allemaal een soort van bonsaimensen, al is de een wat beter bijgeknipt dan de andere. Dat viel me deze morgen op toen ik Eveline tegenkwam, energiek wandelend in frisse, duidelijk nieuwe sportoutfit.
‘Goeiemorgen’ begroette ik haar, ‘gij zijt al vroeg op pad’.
‘Ja hoor’ antwoordde ze enthousiast, ‘Elke morgen een stevige wandeling, da’s gezond en ge zijt direct wakker’. Tegenspreken kon ik het niet, ik wandel zelf elke morgen een stukske doorheen de ochtend. Ik doe dat niet zozeer vanuit een of andere overtuiging. Ik doe het veeleer uit voorzichtigheid. Vanaf een bepaalde leeftijd benadert ge de dagen immers best met enige argwaan, zoals een hond die er vriendelijk uitziet maar die ge niet kent.
‘Ja, fijn en gezond en goed voor het milieu’ ging ze verder met de overtuigingskracht van een reclamespot vol blinkend witte tanden. ‘Als iedereen dat elke dag zou doen, zouden er minder zieke mensen zijn en zouden we langer gezond leven.’
Tja, daar is weinig tegenin te brengen dacht ik. Dat is nu net het vervelende aan al die algemene uitspraken. Ze staan daar dan wel proper te wezen, maar ze helpen u geen meter vooruit wanneer ge voelt dat er hier of daar toch een klein schroefje loszit.
‘En hoe zijt ge daartoe gekomen?’ vroeg ik haar. Ik ken haar al een tijdje, maar heb nooit een wandelaarster in haar gezien, laat staan iemand die fanatiek met milieu of gezondheid bezig is. En het enthousiasme, dat is kenmerkend voor nieuwe bekeerlingen, onafhankelijk van welke overtuiging of ze nu hun verlossing vonden in God, havermelk of een stappenteller, dat fanatisme herkent ge steeds.
‘Oh, mijn dochter heeft zo’n app die u helpt met wandelen en bewegen. Ik heb ze ook maar op mijnen telefoon gezet, en zo…’
‘Hmm’ reageerde ik ‘zo’n app. Leuk, ik heb daar twee benen voor, maar ja, ik ben dan ook een stukske ouder…’ Ze vatte de humor niet, dat is niet ongewoon wanneer ge humor camoufleert als een opmerking. Ze nam de telefoon uit haar armhouder, en begon me de app uit te leggen. ‘Kijk’, zei ze, ‘Hier ziet ge hoeveel stappen ge gedaan hebt, en daar de calorieën en de afstand. Dit’ zei ze, tikkend op een icoontje ‘geeft aan wat je gegeten hebt, ge moet het wel elke keer ingeven, en dat meet uw hartslag en….’
Ze klonk als een volleerd fysioloog en duwde de ganse uitleg ongewild in mijn oren. Ge kunt niet geloven hoe blij ik was dat haar telefoon net dan begon te bellen. Het onding produceerde een geluid dat van ver iets weg had van een alarmsirene bij een versleten fabriek waar niemand nog wist wat er zou kunnen ontploffen.
‘Hoi Schat’ hoorde ik haar zeggen, en even later ‘Neen, ik kom direct naar huis, ik sta nog even met Peter te praten’ weer een stilte en dan ‘OK, tot sebiet’.
‘Mijn man’ antwoordde ze geheel overbodig. ‘Ik moet naar huis, we gaan de hagen scheren’.
‘De leukste job van de maand’ antwoordde ik vriendelijk, ‘maar ook dat is beweging, dat zal je score op die app vooruithelpen’
‘Ja, ja’ antwoordde ze, haastig zoekend naar iets in haar heuptasje. ‘Ah’ zei ze, ze nam de autosleutels uit het tasje en stapte haar wagen in die een tiental meter verder stond. Ik keek haar verbaasd aan, ze woont drie straten verder, een kleine vijfhonderd meter. Nu ja, die extra vijfhonderd meter zal te veel geweest zijn, dat is blijkbaar een afstand die men gezonder in overleg met een verbrandingsmotor kan afleggen.
Even later stapte ik zelf in de wagen, op ravitailleringstocht naar de bakker en de beenhouwer en extra drank halen voor de warme dag die eraan zat te komen. En dat dient voorbereid te worden als was het een belegering. Waarom, zo dacht ik, rijd ik niet even om dan kan ik Eveline een hart onder de riem steken. Dus ik reed om in de verwachting haar en haar man druk in de weer te zien met hageschaar en hark, strijdvaardig tegenover het woekerende groen.
En wat denkt ge? Een grote camionette met daarop ‘Tuinwerken XYZ’ stond voor de deur. Twee gasten waren druk in de weer met scheren en keren. Eveline en Jos stonden netjes in de deur de werken te overzien als bezorgde landeigenaars die de oogst inspecteerden. Ja, we zijn allemaal bonsais van mensen. Met veel moeite kweken we een knoestige doorleefde stam en een weelderig bladerdak. We laten ons water geven door apps, zodat de kluit niet uitdroogt. We laten ons bijknippen door ons aangeprate gewoontes en verplaatsen naar een zonnige plek door gemak. Het ziet er mooi uit, maar valt in het niet wanneer er een echte boom naast staat.
Leest ge liefst op uw telefoon? Probeer dan substack, abboneren is gratis