
Apen zijn een vreemd ras van mensen. Maar ge kunt het natuurlijk ook omkeren. Dat hangt allemaal af van langs welke kant ge naar de kooi kijkt. Een feit blijft dat ze allemaal streken hebben, die mensen- of, naar uw keuze, apenrassen. Ze delen allemaal dezelfde neiging om zich te gedragen alsof de wereld hun persoonlijke theater is. En natuurlijk, wat had ge anders gedacht, zij willen daarin de hoofdrol spelen. Al de rest van de cast dient alleen maar om voor hun kuren bewondering op te brengen. Ge herkent ze bovendien aan hun geur, de reuk van gemakzucht, sluwheid en morele gymnastiek op olympisch niveau.
Als er één ding is waar beiden verzot op zijn, dan zijn het wel pluimen. Pluimen die ze zelf verdiend hebben zijn leuk, natuurlijk. Maar de pluimen die anderen verdiend hebben wegkapen, dat is nog een pak leuker. Die schijnen op allen een soort magische aantrekkingskracht uit te oefenen. Het is alsof het blinkende kralen of spiegels zijn die een primitief instinct in hen wakker roepen. Pluimen zijn niet louter een gestolen erkenning, het zijn in de eerste plaats trofeeën, en die smaken zoals alle verboden vruchten nu eenmaal beter wanneer ze niet van u zijn.
Een andere onweerstaanbare karaktertrek is de geveinsde onwetendheid, waarmee elke verantwoordelijkheid van tafel wordt geveegd. Het soort schurkenstreek waarbij ge op het ene moment iets aanmoedigt, met beide handen applaudisserend met een gezicht volg instemming en, wanneer puntje bij paaltje komt, onwetendheid veinst en de ander de boel laat opkuisen. Niet zozeer uit noodzaak, maar ofwel uit gemakzucht of om een ander te laten struikelen. Als straf of boetedoening, afhankelijk van hoe ge het wilt noemen, kan de ander dan de scherven bij elkaar rapen, de dweil zoeken berouwvol aan het kuiswerk beginnen. Het is een soort mythische kunstvorm, eerst theatraal applaudisseren, dan stillekes verdwijnen, en vervolgens verbaasd staan kijken alsof ge er nooit iets van gehoord hebt.
Een derde werkelijk onweerstaanbare poets die ze elkaar bakken, is de informatie die ze beloofden door te geven achterhouden, waardoor ge een ander tegen een muur, deur of boom laat aanlopen. Het is om u te bescheuren, een waanzinnig boeiend zicht. Ze doen het niet omdat ze het waren vergeten, maar vooral omdat het hen beter uitkomt dat ge struikelt en het is nog amusant bovendien. Informatie is immers apenmacht, en die deelt ge niet uit als suikerbonen! Ze wordt integendeel netjes gedoseerd, keurig verstopt, en op het juiste moment gebruikt om iemand anders een stevige buil te bezorgen.
Als ge het u moest afvragen, ja, ik ben weer aan het werk. En ik zag de drie aapjes van horen, zien en zwijgen als nette beeldjes op het bureel van een collega staan. Ik weet niet waarom, maar ik herkende er onmiddellijk een reeks voorvallen in. Gij kunt er u ongetwijfeld ook wel een paar creaturen bij voorstellen. En zonder moeite kon ik gezichtjes op die aapjes plakken met een naam, een functie en een afdeling. Het was alsof ze zichzelf spontaan aanboden als illustratie van een vermoeiende dag.
Vreemd hoe een beeldje van “hoor geen kwaad, zie geen kwaad en spreek geen kwaad” een mens tot zulke gedachten kan brengen. Jammer dat we dat vierde aapje van “doe geen kwaad” doorheen de geschiedenis verloren zijn. Dat had voor nog meer jolijt kunnen zorgen. Al vermoed ik dat het bij ons op kantoor weinig kans had gemaakt. Het zou te veel werk gehad hebben, en daar hebben heel wat aapjes geen zin in.