
Vindt ge dat nu plezant, of doet ge het om mij te pakken, vroeg een van de collega’s op het werk. Hij was in een van mijn vorige stukken kop van Jut geweest, of zo zag hij het alvast. Ik heb het stuk er driemaal op nagelezen en kan er geen enkele verwijzing naar niemand in vinden, alleen maar naar een algemene attitude. En wie zich daarin herkent doet dat natuurlijk op eigen risico. Een spiegel is en blijft immers onschuldig tot iemand erin gaat kijken.
Maar hij begrijpt het niet. Ge geraakt aan het schrijven zoals ge aan de drank geraakt. Het begint met een kattenbelletje hier, een stukske daar en voor ge het weet zit ge dagelijks aan tafel te vloeken omdat er een woord krom in een zin staat. En wanneer ge niet weet wat te schrijven, dan plukt ge iets uit de dag die net voorbij is. Wat ge plukt maakt niet zoveel uit. We beseffen het niet, maar we maken allemaal ganser dagen lang interessante zaken mee, alleen vergeten we ernaar te kijken. Dat is jammer, het vergt enkel wat gezonde aandacht, maar aandacht is een schaars goed geworden dat bovendien onbetrouwbare openingsuren heeft.
Als ik het stuk teruglees, weet ik weer wat de aanleiding was. Een onnozelheid die ik, naar vaste gewoonte dwangmatig uitvergroot, er wat geuren en kleuren aan toevoeg, en vervolgens netjes gerangschikt aan u presenteer. Ik zorg ervoor dat de aanleiding, voor zover het een mens is, zich netjes kan verstoppen in de achtergrond, onherkenbaar en onzichtbaar. Maar ja, er zijn wel meer mensen met dezelfde storende neigingen, dus de kans dat een ander zich erin herkent is niet ondenkbaar. Maar dat zegt dan meer over hen dan over mij.
Om een veel te lang verhaal kort te maken, hij was niet gelukkig met hoe hij zichzelf beschreven zag, al ging het niet over hem. Wat moet ge dan doen? Ge kunt u moeilijk gaan verontschuldigen voor zijn misvatting. Ik kan toch moeilijk zeggen dat het mij spijt dat hij zichzelf ziet als iemand die met andermans pluimen gaat lopen, als iemand die zijn fouten dwangmatig doorschuift naar anderen. Ik moet er overigens aan toevoegen dat de ‘hij’ waar ik het hier over heb net zo goed een ‘zij’ kan zijn. U begrijpt wel dat ik het decor in ere wil houden.
Natuurlijk is het erg als ge uzelf zo ziet. Maar daar waarschijnlijk een reden voor. Een gebrekkige bril of vervormde spiegel kan er de oorzaak van zijn. Maar even zo goed kan het elders liggen, die mogelijkheid moet een mens natuurlijk ook altijd openlaten, als is het maar voor de gezelligheid. Ik ben echter geen oogarts, dus daar kan ik hem niet bij helpen. Maar alvast heb ik hem beloofd om dit misverstand in mijn stukje van vandaag netjes recht te zetten. Bij deze is dat dus gebeurd.
Weekteksten kunt ge zoals steeds gratis downloaden in het winkeltje