
Ze was een morsig mens van ergens tussen de dertig en veertig. Ze besteedde ongeveer evenveel aandacht aan haar uiterlijk als aan het weer. Als ge dan weet dat ze bij momenten met een dikke jas aan een zomerdag binnenstapte en wel eens gezien werd terwijl ze in T-shirt en korte rok door de sneeuw ploegde, dan weet ge wat ik bedoel. Ik mocht haar wel. Ik hou van vreemde beestjes. Ze doen me glimlachen en nadenken over de berg keurige onzin waar we ons zo vaak zinloos druk in maken.
Maar ge zult ook wel begrijpen dat ze op kantoor al snel als zwart schaap gebrandmerkt werd. Dat gebeurt nu eenmaal snel met mensen die niet netjes in de garderobe passen. Op zichzelf is dat prima. Ge hebt immers hier en daar een zwart schaap nodig, zodat al die zelfverklaarde witte raven er beter bij kunnen afsteken. Maar als ge die titel toebedeeld krijgt, ligt dat waarschijnlijk toch net iets anders. Iedereen heeft dan wel zwarte schapen nodig, maar niemand is bereid zelf zijn wol zwart te verven.
Eric was haar baas, “Enrico” voor de vrienden en alle anderen op wie hij indruk wilde maken. Hij had het grote voordeel totaal verstoken te zijn van enige vakkennis of zelfkennis, wat hij compenseerde met een onverdiende maar overduidelijke dosis zelfzekerheid. Hij was het soort gladde prater dat mensen snel kon meenemen in een verhaal, en de harde manager die iedereen die zijn ballon durfde doorprikken met een opmerking terug in zijn hok kon jagen. Dat was zijn visie op leiderschap.
Dat kunt ge wel een tijdje volhouden. Ge verft uw pluimen wit, zet u in het juiste licht en als ge het goed aanpakt, ziet men u al snel als witte raaf. Met enige oefening kunt ge uw falen hier en daar makkelijk negeren. Een fout wordt immers pas een probleem wanneer ge ze niet op iemands anders bureau kunt neergeleggen. Schuldigen kunt ge steeds vinden vanuit uw positie, en wanneer die moeilijk beginnen te doen, kunt ge ze vlot verwijderen, verplaatsen, intimideren of hun stoel zo oncomfortabel maken dat ze vanzelf opstappen. Enrico was erin gespecialiseerd. Het was zijn eerste en enige vaardigheid in het leven.
Maar wanneer te veel van uw mensen te snel besluiten er de brui aan te geven, dan begint dat witte vernis al snel af te bladderen en komt er een donkere schijn over u heen. Marie, het morsige mens van midden dertig, was zijn meest recente poging om een bliksemafleider te installeren. Ze werd zijn persoonlijke assistente, met als informele job omschrijving, verantwoordelijk voor al wat fout liep.
Ze was nieuw. Een mens kan dus elke fout vlot verkopen als onkunde, gebrek aan kennis van de geëigende processen en nog onvoldoende vertrouwdheid met de geplogenheden van de organisatie. Zo gaf hij de indruk dat zijn schuldafschuiverij voornamelijk een vorm van bescherming van het nieuwe zwarte schaap was. Zo had hij weeral een voorraad van enkele jaren blinkende witte verf op zijn pluimen gestreken
Marie daarentegen was een integer, intelligent en goed opgeleid mens, al zouden de meesten het haar niet nageven. Maar als ge even de tijd nam om met haar te spreken, dan had ge snel door dat ze niet de eerste de beste was. En dat heeft Enrico mogen ondervinden.
Ze was al een negental maanden bezig, en wij verbaasden ons dag na dag over haar geduld. Niets scheen haar te raken, wij begonnen ons af te vragen of er onder die morsige jas misschien een pantser zat. Geduldig onderging ze commentaren en opmerkingen, nam de schuld op zich, sprak berouwvolle excuses uit waar dat paste en onderging wat haar overkwam. Enrico kon zijn plezier niet op. Hij prees haar de hemel in als ideale assistente, met de nodige kanttekening wel te verstaan, maar ja, ze had nog veel te leren.
En dan kwam de dag, de grote dag, waarop Enrico jaarlijks zijn one-man show kon opvoeren, zijn hoogmis voor de directeuren van de hoofdzetel. De jaarlijkse feestdag voor zijn ego. Zoals steeds zat ze naast hem, bediende haar pc en liet de slides van elke presentatie die hij gaf vlot achter elkaar verschijnen. Maar deze keer liep het iets anders dan hij had verwacht.
Eric begon zijn presentatie door vlot, uit het hoofd, een reeks cijfers van zijn resultaten voor te stellen. Hij deed dat graag en met de zwier van iemand die zichzelf honderd percent serieus neemt. Die presentatie had het zoals steeds grondig ingeoefend en kijken naar het publiek maakte daar geen deel van uit. Het duurde dan ook eventjes voordat hij doorhad dat er voor hem gefronst werd en vol onbegrip naar elkaar werd gekeken. Het duurde nog even langer, en kostte hem wat gestamel en een pijnlijk omdraaien van zijn nek, tot hij doorhad dat de cijfers die hij zo rooskleurig presenteerde, niet overeenkwamen met wat er op de slides stond.
“Wel, verdomme, Marie” begon hij, “dat zijn niet de cijfers die ik je heb doorgegeven. Waar hebt ge die in godsnaam vandaan gehaald? Sorry mensen” ging hij verontschuldigend naar de aanwezigen verder, met dat schamele lachje dat bazen wel eens gebruiken wanneer ze iemand anders voor de bus smijten en zichzelf als redders presenteren, “ze is nog nieuw en begrijpt nog niet goed… Marie, ik heb je de cijfers toch doorgestuurd.”
“Euh, sorry” antwoordde Marie vriendelijk knikkend naar iedereen, “maar je had me niet de juiste cijfers doorgestuurd. Ik heb zelf een rapport getrokken, gewoon het standaardrapport dat ik dagelijks voor je maak, en heb er de juiste ingezet. Ik dacht dat je een vergissing had gemaakt.”
“Gewoon… Zelf… Elke dag… Maar mens, wat bazel je nu?” Een man die boos, verontwaardigd, angstig en onzeker tegelijk spreekt, krijgt een vreemde stem die niet makkelijk onderdak vindt in andermans oren. Het publiek wist nog niet goed wat het ervan moest denken, maar de stilte in de zaal begon alvast zeer aandachtig te luisteren.
“Maar ja”, ging Marie vriendelijk verder, en vergis u niet, vriendelijkheid kan een ziel in twee snijden, “ik maak toch dagelijks de rapporten voor je, maak je slides, verstuur vaak je e-mails, werk de planningen bij… maar ik merk dat je vaak moeite hebt om de correcte info verder te sturen. En aangezien je deze presentatie zo belangrijk vond, heb ik alles netjes correct in de presentatie gezet. Ik heb je nog een mailtje gestuurd om…”
Eric ging van rood naar paars, en ik kan het weten, ik zat erbij en genoot ervan die blaaskaak op zijn bek te zien gaan. Heel de hoge heren en dames eisten dat Marie de juiste cijfers ter plekke zou verifiëren. Ze keken mee, ze vroegen naar vroegere cijfers, mails, verslagen, rapporten van het afgelopen jaar. Mensenlief, soms brengt een doordeweekse dag onverwacht wat zon in je leven, dat mag je niet ongemerkt voorbij laten gaan door de gordijnen dicht te trekken. Het resultaat was er eentje dat ons allen lang zal heugen. “Enrico” werd weggeplukt uit onze branche, geen idee waar hij nu handen zit te schudden of zijn veren zit te witten. En Marie, wel, die nam excuses in ontvangst van de hoofdzetel en aanvaardde deze ootmoedig samen met het aanbod Erics job over te nemen. Zo hebben we een zwart schaap als baas, dat eigenlijk een echte witte raaf was.
Weekteksten kunt ge zoals steeds gratis downloaden in het winkeltje