URL has been copied successfully!

De korte broek als misdrijf

URL has been copied successfully!
supermarkt alarm korte broek

Voor het geval ge het nog niet wist: het is warm. Niet gewoon warm, maar warm op een manier waarop de straat naar gebakken stof ruikt en een mens zijn eigen schaduw begint te wantrouwen. En wat doet een mens bij zulk weer? Hij trekt een los hemdje aan en een korte broek. Tenminste, dat doe ik. Hemdjes heb ik in alle kleuren, zoals de aandachtige lezer intussen weet. Een korte broek had ik enkele weken geleden aangeschaft in een groot warenhuis. Veel loop ik er niet in rond. Daar heb ik de benen niet voor. Andermans goede smaak schofferen vind ik niet zo erg, maar ik moet er zelf ook nog mee over straat.

Maar goed, het was warm en ik had die broek nu eenmaal gekocht. U kent het soort, een prul van € 7,99, met een elastieken band, zodat zij de uitdijende zomerburger kan volgen tussen barbecue, frietkot en dat ene ijsje dat zogezegd niet meetelt. Die broek trok ik die ochtend met gematigde overtuiging aan. Ik knipte netjes de hangtags en etiketjes weg en keek in de spiegel. Behoudens twee witte stokken van benen, die blijkbaar jaren hadden gewacht op hun publieke vernedering, viel het mee. Een wit hemd had de schade kunnen verdelen, maar bots tegen mijn kleurrijke principes.

Zo loopt een mens door de dag, tot hij in de late namiddag beseft dat er nog boodschappen gedaan moeten worden. De huisadmiraal had via de geheime post een briefje achtergelaten met daarop de gewenste zaken. Ik dus naar de supermarkt. In dit weer is dat geen straf maar een koel bedevaartsoord.

Normaal winkel ik liever bij bakker, beenhouwer en lokale kruidenier. Een mens koopt daar niet alleen brood, vlees of groenten, maar ook wat aanspraak, wat herkenning en meestal betere kwaliteit. Maar bij grote hitte wordt een mens zwak. Dan kiest hij voor zo’n fysieke imitatie van bol.com, een loods met airco waar alles ligt wat ge nodig hebt en vooral veel wat ge pas nodig blijkt te hebben zodra ge het ziet. Van computers tot charcuterie, frietketels tot groenten, sushi tot stofzuigers, kleding tot vlees, boterhammen, snoep en vis. Een beschaving op wielen, rekken en promotieborden.

Eén keer rijden, de koffer volladen met alles wat op het lijstje stond en met enkele zaken waarvan ge tien minuten eerder niet wist dat uw leven zonder hen onvolledig was. Met deze warmte is het bovendien geen bezwaar om binnen een halve marathon te stappen op zoek naar zeven items. Binnen is beter dan buiten. Ge wordt er niet bruin van, maar ik twijfel er niet aan dat tegen de winter wel een slimme commerçant een lamp vindt die supermarktbezoek omzet in gezonde teint.

Maar goed, die korte broek. Nadat ik mijn wandelingetje door de gekoelde consumptiekathedraal had afgerond, schoof ik als elke brave burger richting kassa. Een vriendelijke dame hielp mij verder. Onverstaanbaar, maar vriendelijk. Nederlands was blijkbaar geen strikte vereiste meer, maar daar kon zij weinig aan doen. Men mag mensen niet verantwoordelijk maken voor de vacatures waarin men hen heeft geduwd.

Nadat alles netjes “bliep” had gezegd tegen de kassa en er een som op het scherm verscheen, wilde ik met mijn bankkaart naar de terminal stappen. Veel verder ben ik niet geraakt. Nauwelijks had ik een meter achter mijn kar gezet of achter mij brak de beschaving los in haar goedkoopste vorm.

Biep, biep, biep. Een zwaailicht begon te draaien alsof er een overval op een bank werd vastgesteld, en drie mensen kwamen aangestormd. Een uit de kluiten gewassen dame op leeftijd en van gewicht, een man in iets wat op een uniform leek en iemand met een stropdas. Die laatste nam meteen de leiding. Een stropdas is in zulke omgevingen nu eenmaal geen kledingstuk, maar een vergunning tot bevelen. De dame versperde mij de weg. De geüniformeerde boeman straalde vooral dreiging uit, waarschijnlijk zijn hoofdtaak. Een mens zou er klein van worden, als hij daar aanleg voor had.

“Zo, meneer,” zei de leidende figuur. “Kunt u eventjes meekomen naar het bureel?”

Ik moet toegeven dat ik de situatie vooral grappig vond. Ik had niets onbetaald meegenomen, dus zorgen maakte ik mij niet echt. En aangezien ik ben wie ik ben, gaf ik hem een beleefd antwoord. Beleefd, in de ruime betekenis van het woord.

“Dat zou ik zeker kunnen, beste vriend,” zei ik, “maar ik heb er geen tijd voor.” Ik wees op mijn boodschappen, inclusief wat diepvrieswaren. “Ik moet naar mijn generaal terug. Die staat te wachten.”

Dat antwoord, en vooral de toon waarin het verpakt zat, hadden ze duidelijk niet verwacht. Bevende tieners en boze dronkaards, daar hadden ze vermoedelijk meer oefening mee. Een man in witte benen die hun draaiboek niet wilde volgen, paste minder goed in de opleiding.

“Euh, kom, meneer,” ging hij wat onzekerder verder. Hij maakte zijn stropdas een beetje losser. Dat is in de hiërarchie van de kleine macht een slecht teken. Autoriteit zweet eerst aan de knoop.

“Wat hedde meegepakt, manneke?” vroeg de man wiens functie blijkbaar dreiging was. Dat “manneke” vond ik interessant. Ik was duidelijk een jaar of twintig ouder dan hij, maar sommige uniformen maken van hun drager meteen een slechte vader.

“Ikke? Niks,” antwoordde ik even bot. “Ik vind het bovendien nogal cru dat ge mij meteen beschuldigt, een zwaailicht op mij zet, mij voor de hele winkel te kijk zet en mij dan ook nog een beetje komt bedreigen. Ik ga de politie bellen.” Voilà. Dat was ik, doortastend en voor één keer bijna nuttig. Ik nam mijn telefoon, maar de manager, stropdas nu volledig los, hield mij tegen.

“Meneer, we kunnen dit ook zo regelen,” zei hij. “Gewoon even meekomen, we kijken wat het is, u betaalt een administratieve boete en wij dienen geen klacht in.” Het klonk bijna als een smeekbede met een prijskaartje. Ik zag een wondje en, zwak mens als ik ben, kon ik het porren niet laten.

“O, gij beschuldigt mij zonder aanleiding, zet mij te kijk voor iedereen, maar ik mag de politie niet bellen en moet wel een boete betalen? Wat voor vorm van oplichting is dat?” Ik hield mij niet in. Er was intussen een kleine schare toeschouwers ontstaan en fans kan een mens altijd gebruiken. De meesten probeerden beleefd niet te lachen. Dat lukte matig.

Jammer genoeg voor mijn opvoering werd hij verlost door Tina. Tina is een van de agenten uit de buurt. Ze stond enkele kassa’s verder en had, haar glimlach verraadde haar, al even van het schouwspel genoten. Nu kwam ze erbij, toonde haar kaart en vroeg wat er aan de hand was.

“Tja,” zei ik, “dat wilde ik nu ook graag weten. Alleen krijg ik er geen antwoord op. Ik moet meegaan, een boete betalen en blijkbaar vooral dankbaar zijn dat men mij niet meteen in een kelder onder de diepvriesafdeling opsluit.” Ik boog mij naar de stropdas toe. “Gaat het zo slecht met de zaken dat ge op deze manier sponsoring moet vragen?” De omstaanders barstten in lachen uit. De gewichtige dame was intussen spoorloos verdwenen, de dreiging had zich teruggetrokken naar waar dreiging gaat wanneer er een echte politiekaart verschijnt, en de stropdas stond alleen achter zijn knoop. Alleen Tina en de kassierster, die nog altijd vriendelijk geen Nederlands sprak, bleven over.

“Tja, Peter,” zei Tina, zichtbaar genietend van haar dagtaak, “ligt er niets onder uw kar of zo?”

“Jawel,” zei ik, wijzend op de drie grote pakken water onderaan en het vierde op de band, “maar die staan netjes op het kasticket. Zelfs mijn dorst is administratief in orde.”

“Daar zit geen beveiliging in,” antwoordde de stropdas veel te snel.

“Gehoord, mensen?” riep ik naar de toeschouwers. “Water kunt ge dus gerust mee ratten.”

Enfin, ik ga u het hele verhaal besparen.  Het was zoiets waar ge bij had moeten zijn. Na enig palaveren kwam de korte broek ter sprake, die kwam van daar. En ja, alle etiketjes had ik eruit gesneden, behalve precies een heel kleintje in de voering.  Daar, zo bleek zat de chip in die het alarm deed afgaan.

Wie bedenkt het, voor een prul van € 7,99, een beveiliging die een normale mens bij normaal gebruik over het hoofd ziet. Enkel winkeldieven herkennen dat soort slimme beveiliging, en verwijderen het voordat ze de kassa passeren.  Enfin, de hele klucht heeft me meer dan een uur in een koele ruimte opgeleverd, de excuses van de stropdas, een goed verhaal om te delen en een leuk gesprek met Tina.

Schrijf in voor de nieuwsbrief

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info