URL has been copied successfully!

De diefstal van uw aandacht

URL has been copied successfully!
reclame en consumentenbescherming

Laat één ding duidelijk zijn, ik ga niet op zoek naar zaken om mij over te ergeren, alsof ik met een vergrootglas langs de straat kruip op zoek naar een splinter. Dat is nergens voor nodig. Het gewone leven smijt ons dagelijks genoeg stenen naar het hoofd. Af en toe is er eentje die raak valt. Dan doet het even pijn, schrijven is dan geen therapie, hoogstens een pleister met slechte kleefkracht.

De steen van vandaag heet reclame. Ik heb mij er al eerder aan geërgerd (lees hier) en zal dat, als de gezondheid het toelaat, nog wel vaker doen. Vandaag wil ik u vooral iets vragen, omdat ik het zelf niet goed begrijp. Waarom wordt ons zoveel reclame opgedrongen? Wat hoopt men daarmee te bereiken? Wie heeft ooit gedacht dat een mens, lang genoeg getergd, vanzelf zijn portefeuille opent?

Laten we het eenvoudig houden. Ge kijkt naar een programma op televisie. Het wordt spannend en hupla, daar is die vervloekte reclame. Doorspoelen kan niet meer. De kelk moet leeg, tot op de bodem, ook al zit er schuim op dat naar wasmiddel en politieke beloften ruikt. Waarom? Denken reclamejongens werkelijk dat ik, wanneer ze mij lang genoeg ergeren en genoeg van mijn tijd stelen, plots meer zin krijg om hun onzin te kopen?

Van politieke partijen tot wasproducten, van gadgets met ongeloofwaardige claims tot banken die vriendelijkheid hebben laten drukken op glanzend papier, reclame lijkt bijna even essentieel geworden als ademen. Niet alleen op televisie overigens. Ge kunt niets meer doen zonder dat iemand u iets door de strot probeert te duwen. Bijvoorbeeld, ge koopt een dure auto en rijdt rond met hun logo op uw achterwerk, ge betaalt voor een app en krijgt nog altijd reclame, zij het iets beleefder verpakt. Ge betaalt een abonnement voor uw televisie en krijgt reclame. Zelfs uw ontspanning komt met een bijsluiter.

Ge kunt denken: bwah, dat valt wel mee. Dan zijt ge er waarschijnlijk al blind voor geworden. Overal waar men kan, wordt reclame ingestopt, als zout in goedkope soep. En dan klinkt het koor, zo erg is dat toch niet? Wie heeft daar last van? Negeer het gewoon. Maak u niet druk. Zo werkt het nu eenmaal. Dat laatste zinnetje is de vuilnisbak van het denken. Alles wat men niet meer wil onderzoeken, gooit men daarin.

Wel, waar die steen mij geraakt heeft, is niet in mijn portemonnee maar iets hoger. Gij en ik kunnen die onzin misschien negeren. Misschien. Maar niet iedereen kan dat. Niet iedereen kreeg bij de geboorte een harnas tegen onzin mee. En niet iedereen heeft het later leren smeden.

Jonge mensen zijn er bijzonder vatbaar voor. Gij waart dat toen ge jong waart, en ik ook. Ge moest dit of dat kledingstuk hebben, anders hield de wereld op met bestaan. Een prul, aangepraat door reclame op billboards, televisie of in een boekske. Doorheen de jaren leert een mens dat het enige doel van al die begeerde prullaria de bankrekening van de maker is. Meestal laat ge die dingen ergens in uw twintigste los. Niet altijd met waardigheid, maar toch.

Maar wat met wie dat niet kan? En ze zijn met velen. We weten dat beïnvloedbare mensen kwetsbaar zijn en dat het niet hun schuld is dat ze worden uitgeknepen. Toch glijden we net iets te snel af naar victim shaming en victim blaming, die twee nette woorden voor een oude gewoonte, de gepluimde kip verwijten dat zij zo weinig veren heeft. We beschermen mensen tegen tabaksreclame. Tegen gokreclame soms ook, behalve wanneer de winst naar de overheid vloeit. Dan krijgt de moraal plots een vergunning.

We beschermen mensen tegen taal die aanzet tot geweld, maar nauwelijks tegen onzin die hen aanzet tot foute keuzes. We laten dokters en advocaten niet zomaar reclame maken, zogezegd om de burger te beschermen, maar banken en andere geldlustige ontleners krijgen de vrije hand. Voor medicijnen mag geen reclame gemaakt worden. Voor ongezonde fastfood, ga gerust uw gang. De bescherming van de burger blijkt nogal selectief. Zij draagt blijkbaar loopschoenen wanneer er veel geld achter haar aan zit.

En dan is er de grote olifant. Die staat niet in de kamer, maar heeft zich verstopt in uw mailbox. Overal waar ge uw e-mailadres durft achterlaten, zijt ge eraan. Ge hebt nog maar net uw naam ingetikt of er liggen drie nieuwsbrieven in hinderlaag, met de trouw van een hond en de manieren van een bedelaar met een megafoon. Tachtig procent van uw mailbox bestaat intussen uit aanbiedingen, herinneringen, kansen, kortingen, acties en andere digitale rommel die zich als klimop rond uw tijd wikkelt. Het kost tijd om die onzin te verwijderen. En probeer u maar eens uit te schrijven. Ho maar. Ge moet driehonderd stappen doorlopen en vervolgens motiveren waarom ge geen zin hebt om die vervuiling binnen te laten. Als ge veel geluk hebt, stopt het. Meestal ondergaan die nieuwsbrieven een metamorfose en komen ze via een ander gaatje weer naar binnen.

Het is intussen een business op zichzelf geworden, klanten pesten met een overdaad aan informatie en dat daarna communicatie noemen. Waarom? Daar is die vraag weer. Wat brengt het op? Geld natuurlijk, vooral voor de reclamebureaus, die hun klanten het idee verkopen dat meer lawaai vanzelf meer verkoop betekent. Ik moet de eerste echte bewijzen nog zien. Echte bewijzen, bedoel ik dan. Niet van die onzinnige grafieken die met veel kleur en weinig schaamte een verband suggereren dat in de werkelijkheid nergens op zijn poten staat. Die dingen zijn schering en inslag bij de verkooppraatjes van dat soort volk. Een lijn omhoog, een pijl erbij, wat Engelse woorden eronder, en plots lijkt de diefstal van uw aandacht op strategie. En geld dat het kost. Ge hebt er geen idee van. En wie betaalt dat? Gij en ik, elke keer wanneer we iets kopen. Bij sommige producten gaat een schandalig groot deel van de prijs niet naar wat ge vastpakt, opeet, aantrekt of gebruikt, maar naar het lawaai dat u ervan moest overtuigen het te kopen. Zoek het maar eens op. Soms gaat meer dan de helft van wat ge betaalt niet naar het product, maar naar het reclamebudget eromheen: affiches, spotjes, influencers, folders, schermen, banners en andere vormen van opgepoetste vervuiling. Kortom, bijna iedereen zou er beter van worden als die onzin eens wat minder zuurstof kreeg. Behalve natuurlijk de reclameboeren. En boeren hebben een stijve kop. Ze laten zich niet zomaar opzijzetten. Ik kan het weten; ik ben opgegroeid op een boerderij.

Ge kunt de weekteksten hier gratis downloaden

Geef een reactie

Deze website gebruikt cookies. Door deze website te gebruiken gaat u hiermee akkoord  Meer info